Uitgelicht

Eindelijk dokter de Jong!

Ik weet dat een blog niet heel lang hoort te zijn. Maar over het belangrijkste doel van mijn lijst, het belangrijkste doel van mijn hele leven tot nu toe, vind ik dat ik wel wat woorden mag wijden. 

Toelating

Ik herinner me de dag dat ik was toegelaten voor de studie geneeskunde nog erg goed. 

Ik was al ruim twee-drie jaar bezig met de kans op de toelating zo groot mogelijk te maken. Ik had verschillende vrijwilligersbaantjes. Zo assisteerde ik bij een zwemvereniging voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten, bracht ik koffie rond in het Langeland Ziekenhuis en assisteerde ik bij een muziekactiviteit in een verzorgingstehuis. Daarnaast werkte ik ook hard aan school om mijn cijfers zo hoog mogelijk te krijgen – richting die gemiddelde 8, die me een directe toelating kon opleveren. Anders wilde ik zo’n hoog mogelijk cijfer om mijn kansen bij de eventuele loting zo groot mogelijk te maken. Voor de decentrale selectie deed ik vijf toelatingstoetsen, samen in een zaal met nog duizend anderen. Na het inleveren van een motivatiebrief (waar ik ook heel lang aan had gewerkt) en het doen van de toetsen was het afwachten. Ik weet nog dat ik heel vaak zei: “Wanneer ik later arts ben…” en dat mijn moeder me dan vaak onderbrak: “Nee, als je later arts bent. Je weet niet of het gaat gebeuren.” Ze wilde mijn verwachtingen waarschijnlijk temperen, logischerwijs. Als ze dat niet had gedaan en ik was niet toegelaten, was het waarschijnlijk zwaarder geweest.

Ik deed eindexamen. De examens gingen minder goed dan verwacht. Toen ik mijn resultaten terug kreeg, waren mijn cijfers ook minder goed dan verwacht. Geen gemiddelde 8, maar een gemiddelde 7,6. Janken geblazen, want dit betekende niet de directe toelating die ik zo graag wilde (achteraf first world problems – een gemiddelde 7,6 is ook heel erg goed). Ik was de enige die naar de bekendmaking van de cijfers ging, die niet uitgelaten was dat ik geslaagd was. Toch, een tijdje later, kreeg ik een mailtje van het Erasmus MC. De brieven, met daarin de uitslag van de decentrale selectie, waren verstuurd. Over een paar dagen zouden we de uitslag weten. Mijn zenuwen, die al vrij hoog waren, waren nog nooit zo erg geweest. Ik denk dat mijn hartfrequentie die paar dagen gemiddeld zo’n 140-160 was… De dag dat de uitslag binnen zou komen, ging ik ter afleiding een stuk skaten. Ik weet nog dat ik op mijn kamer (op de tweede verdieping) zat en dat ik de post op de deurmat hoorde vallen, terwijl ik dus twee verdiepingen hoger zat. Ik stormde naar beneden en zag de brief van het Erasmus MC. Ik werd misselijk, het zweet brak me uit en mijn hart bonkte echt in mijn keel. Ik scheurde de brief open, ik weet nog precies waar ik stond en waar mijn vader stond op het moment dat ik de brief opende. Ik las alleen de eerste regel:

“Geachte mevrouw de Jong,

Met groot genoegen…”

En meer las ik niet. Ik barstte in huilen uit, omhelsde mijn vader en belde meteen mijn moeder, die op haar werk zat. Ik kon niet stoppen met huilen. “Mamma,” zei ik met bibberende stem, terwijl ik nogal uitbundig mijn neus ophaalde en mijn andere klassieke huilgeluiden uitte. Mijn moeder dacht hier (ook logischerwijs) door dat ik niet was toegelaten. “Oh, nee,” hoorde ik haar zeggen. 

“Nee,” zei ik. “Ik ben toegelaten.” 

Iedereen was vrolijk. Ik moest naar mijn werk (toentertijd werkte ik als bijbaantje bij de LaPlace) en ik vertelde iedereen daar dat ik was toegelaten. Toen ik thuis kwam, had mijn familie allerlei posters opgehangen. Mijn buren (allebei huisarts, met twee zoontjes waar ik weleens op paste) waren er, met alle kinderen in labjassen. Er was champagne en er waren cadeautjes. Ik moest weer huilen. Het was een mooie dag. 

De mooiste ervaringen en herinneringen…

Ik kijk met veel plezier terug op mijn 7,5 jaar studie (naast 5,5 jaar geneeskunde ook 2 jaar de research master Neuroscience). Ik heb mijn allerbeste vrienden en nog veel meer andere leuke mensen hier ontmoet. Ik heb mijn eerste écht serieuze relatie hier leren kennen en heb kennis gemaakt met de allerbeste stad van de wereld. Ik heb ontzettend veel geleerd, niet alleen wat betreft geneeskundige kennis, maar ook hoe je goed kunt communiceren, goed kunt plannen en wat de belangrijke dingen in het leven zijn. Zeker in de laatste jaren, tijdens de coschappen en door mijn depressie heen, ben ik gegroeid als mens. Ik heb geleerd wat voor eigenschappen ik fijn vind in andere mensen en in mezelf. Ik heb geleerd wat mijn goede en mijn slechte punten zijn, welk specialisme ik wel en welk specialisme ik niet leuk vind. Ik heb geleerd dat niet iedereen mij leuk hoeft te vinden (en ik hen niet). Ik heb geleerd dat je, als je iets wil, er ook zelf veel voor kan doen om het mogelijk te maken.

Ik heb bizarre dingen mogen doen. Ik heb met de MFVR carrièreweek commissie aan de tafel van De Wereld Draait Door mogen zitten, waarbij Matthijs van Nieuwkerk een berichtje voor ons wilde inspreken. Ik mocht een psychologie cursus organiseren en heb hierbij les gehad van bekende psychologen. Ik mocht bij bevallingen zijn, ik mocht assisteren bij verschillende operaties, ik mocht op de snijzaal prepareren, waar ik enorm veel van heb geleerd. Ik mocht bij gesprekken zijn, waarbij mensen hoorden dat ze het niet zouden gaan overleven. In mijn studententeam heb ik nachtdiensten mogen doen, waarbij ik ook midden in de nacht door het ziekenhuis heb mogen steppen. Uiteindelijk mocht ik ook zelf gesprekken en lichamelijk onderzoek doen. Ik mocht diagnoses stellen en uitleg geven over de ziektes. Ik mocht lumbaalpuncties en slechtnieuwsgesprekken doen. Ik mocht meerdere keren trombolyse kandidaten opvangen (voor de insiders- een door-to-needle-time van 8 minuten, nog steeds trots op).

Zeker in de corona tijd kan ik mezelf gelukkig prijzen dat ik mocht studeren in een tijd waarin alles nog mocht. Dat we naar verschillende borrels en feesten mochten gaan. Dat ik eindelijk een prinsessenjurk aan mocht om naar gala’s te gaan. Dat ik me mocht verkleden voor datediners (onder andere als Cleopatra en Princess Peach). Dat ik een heliumballon aan Charlotte vast knoopte om haar niet kwijt te raken. Ik heb tijdens de coschappen ervaringen mogen delen met de allerbeste studiegroep ooit. We hebben zoveel escolaties en gekke ervaringen en verhalen gedeeld en ik kan echt niet wachten tot ik iedereen tegenkom in het ziekenhuis of daarbuiten. Ik kan nooit meer naar de Supermercado gaan en niet checken of een paar stroken ducttape daar nog steeds een van de balken aan elkaar houdt. Ik kan nooit meer normaal naar een step kijken of überhaupt het woord step zeggen. 

…maar ook niet zulke fijne ervaringen (die achteraf wel grappig zijn)

Ik heb dus talloze mooie avonden gehad, waarbij ik een beetje te diep in het glaasje heb gekeken. Dit leverde de nodige katers op. Eén van de ergste had ik op het moment dat ik een les had met simulatiepatiënten. We leerden op dat moment hoe we empathie het beste konden uiten. Dit was precies de les waarbij ons gesprek werd opgenomen, zodat we later terug konden kijken en onszelf en de anderen feedback konden geven. Bij het terugkijken van dit filmpje schaamde ik me dood. Ik was net zo wit als de muur erachter. Je hoort de simulatiepatiënt zeggen: “Ja, en mijn moeder en mijn zus zijn vorig jaar overleden aan kanker…” En je hoort mij vervolgens antwoorden. “Oh, oké. Heeft u verder nog last van de ontlasting?” Gelukkig heb ik “empathie” uiteindelijk wel gewoon geleerd, hoewel dat überhaupt geen probleem was (eerder teveel dan te weinig). 

Mijn coschap chirurgie kijk ik ook niet met veel vreugde naar terug en uiteraard had ik een slechte ervaring tijdens mijn coschap Interne Geneeskunde. Ik werkte tijdens de gehele studie te hard, waardoor ik het laatste jaar enorm teruggeblazen ben, moest stoppen met mijn vele bijbaantjes, antidepressiva moest gaan slikken en in therapie moest. Uiteindelijk ben ik hier wel een beter mens en een betere dokter van geworden. “What doesn’t kill you, makes you stronger” is wel heel cliché en ik moet er een beetje binnensmonds van overgeven, maar het is soms gewoon echt waar. 

En wat nu?

Nu heb ik net mijn oudste coschap Neurologie afgerond in het Ikazia Ziekenhuis Rotterdam. Het ging erg goed en ik begon me steeds meer arts te voelen. Het enige wat ik nog niet mocht doen, was medicijnen voorschrijven of ergens mijn handtekening zetten. Men was erg tevreden over mij (ik ook over hen) en ik mag per 15-03 beginnen als ANIOS Neurologie.

Iemand vergeleek het Erasmus MC eens met een stad en dan was het Ikazia het dorp. Dat vind ik een heel goede vergelijking. Het is wat persoonlijker. Het contact is erg laagdrempelig en ik moet nog steeds iemand tegenkomen die ik écht niet aardig vind (maar dat gebeurt hopelijk niet). Tijdens dit coschap wil ik er graag achter komen of ik daadwerkelijk voor de opleiding Neurologie wil gaan solliciteren (met eventueel een promotietraject hieraan vooraf) of dat ik liever ga voor de huisartsenopleiding. Ik heb gelukkig nog even de tijd om hier goed over na te denken. Nu twee weken vrij, waarin ik hopelijk lekker met mijn blog en mijn hobby’s bezig kan zijn!

De Eed van Hippocrates, die ik mag afleggen zodra Corona dat weer toelaat!
Uitgelicht

Het stepverhaal

Intervisie

Mijn coschappen werden afgewisseld met blokken onderwijs over de coschappen die daarna zouden komen. Dit was niet alleen een fijne voorbereiding voor die coschappen, maar hierin was er ook altijd de tijd om samen met mijn studiegroep de afgelopen coschappen te bespreken. Dit was super gezellig, ik heb de meest fijne studiegroep gehad die ik me maar kon wensen. Er was ruimte om mooie ervaringen te bespreken, maar ook konden we bizarre situaties die ons gebeurden met de rest delen. Dit deden we in de lessen die “Intervisie” genoemd werden. We bespraken hoe we het hadden gevonden en wat we allemaal hadden meegemaakt. We hadden zo’n les na elk coschap blok. Na het eerste coschap, Interne Geneeskunde, vertelde ik een verhaal, wat daarna bij elke intervisie-les terugkwam. Ik hoorde dat het verhaal niet alleen in mijn studiegroep is gebleven, maar dat ook andere coassistenten ervan hadden gehoord. Achteraf is het een heel grappig verhaal, maar op dat moment vond ik het niet zo leuk. Toch wil ik het ook graag met jullie delen.

Kikker op een step
Kikker op een step

Avonddiensten tijdens mijn coschap Interne Geneeskunde

Ik liep mijn Interne Geneeskunde coschap in het Erasmus MC. Het was best leuk en interessant op dat moment, ik vond het nog helemaal geweldig om een witte jas aan te hebben en te mogen praten met patiënten. Ik was veel ingedeeld op de afdeling waar ik in het studententeam werkte, dus ik kende veel van de verpleegkundigen. Het was leuk om ook op een andere manier wat van de patiënten mee te krijgen. Daarnaast had ik ook een week avonddiensten. In het Erasmus MC waren er voor de afdeling Interne Geneeskunde twee arts-assistenten, één voor de spoed en één voor alle vragen in ‘huis’, dus op de afdelingen. Ik was een hele week ingedeeld bij de dienst in huis. Het was interessant om ook mee te krijgen hoe zo’n avonddienst gaat, maar het was niet erg leerzaam: de arts-assistent werd vooral gebeld met vragen van verpleegkundigen, bijvoorbeeld over bloedsuikers. Ik kreeg hier niet heel erg veel van mee. De eerste paar avonden stond ik ingedeeld met een ontzettend lieve en gezellige arts-assistent, die mij ook de telefoon op liet nemen, zodat ik in ieder geval meekreeg wat precies de vraag was. Zij zag ook in dat het niet erg leuk voor me was, maar probeerde het toch gezellig en leerzaam te maken door me veel te vertellen en uit te leggen. Ze snapte dat het misschien leuker voor me was om mee te kijken op de SEH, waar ik ook zelf patiënten kon zien en raadde me aan om dat aan de arts-assistent, waar ik de dag erna mee zou kijken, voor te stellen. 

Het begin van de dienst

De avond erna kwam ik bij de overdracht (voor wie het niet weet: elke avonddienst begint met de overdracht, waarbij je bijzonderheden van de dagdienst te horen krijgt). Ik was vastbesloten om voor te stellen dat ik naar de spoedeisende hulp zou gaan, als er niets interessants op één van de afdelingen zou zijn. Ik zag haar pas in de ruimte van de overdracht, toen de overdracht al begonnen was. Ze keek al vrij zuur en alsof ze liever niet met mensen communiceert, maar goed, eerste indrukken kloppen niet altijd. Na de overdracht ging de arts-assistent in kwestie in een apart kamertje zitten, om de rest van de dienst voor te bereiden. Hier was geen plek voor mij. Ik stond een beetje awkward op de gang en wist niet goed wat ik moest doen. Uiteindelijk verzamelde ik al mijn moed en ging ik het kamertje in. Ik vertelde haar dat ik met haar mee ging lopen die avond en dat het misschien handiger zou zijn als ik met haar computer mee kon kijken. Achteraf is het stom geweest dat ik niet meteen heb gevraagd om met de spoedarts mee te mogen kijken, maar goed, ik durfde toen nog niet zo goed voor mezelf op te komen. Schoorvoetend liep ze mee naar de kantoortuin (een ruimte waarin een heleboel bureaus met computers staan, allemaal flexplekken) en kozen we twee computers naast elkaar uit. Vervolgens ging ze met oortjes in zitten werken, wat ik achteraf ook vrij asociaal vind als er iemand met je meeloopt. Ik wist me geen houding te geven. Ik durfde nog niet zo goed te gaan studeren, maar ik vond het ook niet prettig om niets te doen. Ik wilde eigenlijk gewoon naar de spoed. Ik sprak haar weer aan en vroeg of ik naar de spoed mocht, dat ik dat met haar collega van de avond ervoor had besproken en dat er niemand van mijn mede coassistenten ingedeeld was op de spoed. Ze zei iets in de trant van: “ ja, als het daar druk is, kan ze misschien je hulp gebruiken.” Ze besloot haar collega op de spoed te bellen – deze nam niet op. Zij besloot dat het dus waarschijnlijk niet druk was op de spoed (en dat ik daar dus niet heen mocht) en ging weer verder met werken. Ik vond het een gekke gedachtegang. Als iemand zijn telefoon niet opneemt, is dat toch juist een teken dat het druk is? Als het niet druk is, neem ik veel sneller mijn telefoon op. Dus ik snapte deze redenatie niet. Al helemaal niet omdat ze blijkbaar helemaal geen zin had in mij. Ik durfde niets meer te zeggen en bleef zitten. 

De step

Vervolgens gingen we op pad. Tijdens zo’n avonddienst loop je vaak van de ene afdeling naar de andere afdeling. Voor wie nooit in het Erasmus MC is geweest – dat ziekenhuis is gróót. Het is het grootste academische ziekenhuis van Nederland. Als je daar moet werken, kom je wel aan je dagelijkse stappendoel. Je ziet dus ook weleens mensen langskomen op een bepaald vervoersmiddel. Sommige afdelingen hebben bijvoorbeeld een fiets. Maar ja, als je met zijn tweeën bent, ga je meestal lopen. Meestal is er namelijk maar één vervoermiddel beschikbaar. Maar goed. Deze arts vond dat niet zo’n goede redenering en liep resoluut naar de step, die de artsen gebruikten om van de ene naar de andere afdeling te komen. Ik keek haar een beetje verbouwereerd aan – wilde ze nou serieus met die step? Mocht ik dan toch naar de spoedeisende hulp van haar? Ze pakte de step en keek me aan. “Ja, ik vind het gewoon leuk om te steppen,” zei ze en ze vertrok. 

Verbazing

Ik bleef verbaasd achter en begon maar te lopen. Ze stepte een heel stuk voor me. Op dat moment was ik zo verbaasd, dat ik niet eens kon bedenken hoe achterlijk dit eigenlijk was. Verwachtte ze nou serieus dat ik achter haar aan ging rennen? Ik vertikte dit, maar wandelde toch stevig door. Ze had blijkbaar zelf niet door hoe idioot dit was, want ze bleef de step gebruiken. Ik vroeg maar elke keer aan haar naar welke afdeling we zouden gaan – dan zou ik haar daar wel zien. Het was niet eens alleen dat ze die step gebruikte, het was ook het feit dat ze me de hele dienst negeerde én het feit dat ze niet luisterde naar mijn vragen en opmerkingen… Daarnaast vond ze het ook nodig om twee uur op de PACU (Post-Anesthesia Care Unit, waar mensen na een operatie wat langer geobserveerd kunnen worden) te blijven, terwijl afdelingen met patiënten die ziek waren maar bleven bellen, alleen maar omdat er een voor haar interessante patiënt op de PACU lag. En hierover legde ze me ook niets uit. Je zou toch denken dat als je zelf iets interessant vindt, dat je daar wel wat uitleg over zou willen geven… Ik vertel elke dag met liefde honderd keer aan mensen hoe een herseninfarct ontstaat. 

Dit was de ergste dienst gedurende mijn hele coschappen en ik heb de nodige huilbuien wel gehad. Ik heb me nog nooit zo vernederd gevoeld en was zo in de war dat ik er niet eens wat van heb durven zeggen… 

Project – warme sjaal

Eerder schreef ik dat ik mijn wol heb uitgezocht. Sindsdien ben ik flink aan de slag gegaan met verschillende projecten: ik heb een aantal pomponnetjes gemaakt voor een project, waar ik ook snel over hoop te schrijven en ik heb één van de projecten inmiddels afgemaakt: de sjaal voor mijn oom. 

Geen beste tijd

Hier hoort een verhaal bij. Ik schreef al eerder dat mijn research master Neurowetenschappen niet zo goed is bevallen; dit kwam door meerdere oorzaken. Niet alleen vond ik de basalere kant van de wetenschappen niet zo interessant als ik gedacht had (ik ben meer klinisch ingesteld, heb ik gemerkt), maar ik zat ook niet op een lab met meerdere studenten, maar op een kamer, ver van hen af en vaak in mijn eentje. Daarnaast gebeurden er verschillende minder leuke dingen in mijn leven: een goede vriend van de familie bleek ernstig ziek en hij overleed uiteindelijk. Dit staat uiteraard niet in verhouding tot de andere dingen (alles is relatief), maar verder ging een relatie van bijna vier jaar uit en werd ik aangereden, waarbij ik hard op mijn hoofd terecht ben gekomen. Ik vloog over mijn stuur en kwam op mijn hoofd op het asfalt terecht. Ik herinnerde me de pijn en het gevoel alsof ik dronken was. Een belletje met de vader van mijn ex maakte duidelijk: ik had een hersenschudding. 

Hersenschudding

Nu denk je – wat heeft die hersenschudding nou weer te maken met de sjaal voor je oom? Nou, die hersenschudding betekende dat ik een tijdje niet lang dezelfde dingen achter elkaar mocht doen: niet te lang een boek lezen (dat lukte die eerste tijd ook helemaal niet, alle letters liepen in elkaar over en fixeren was nogal lastig), geen tv kijken en eigenlijk alles wat ik verder in mijn vrije tijd deed lukte niet. Ook mijn onderzoek, achter de computer, ging natuurlijk voor geen meter. Mijn concentratie was bijna nul. Toen ben ik gaan breien, terwijl ik naar luisterboeken luisterde of een film op de achtergrond aan had staan. Eerst breide ik een sjaal voor mijn ex en toen zocht ik verder nog slachtoffers voor mijn brei-festiviteiten. Mijn oom wilde wel een sjaal: hij koos de kleuren uit (zwart en rood) en ik kon weer verder met breien. Je bent best wel veel tijd kwijt aan het breien van een sjaal, maar ik had de tijd (en verder niets beters te doen). De sjaal was uiteindelijk helemaal naar wens: lekker zacht, breed en lang genoeg en in blokken van zwart en rood. 

Uiteindelijk heeft hij hem – de sukkel – in de trein laten liggen. Weg sjaal. Hij had weer een koude nek en ik had de sjaal voor niets gemaakt. Nou ja – je weet niet of iemand hem uit de trein heeft meegenomen – misschien houdt hij nu de nek van iemand anders warm. Mijn oom baalde flink (hoop ik) en wilde graag dat ik een nieuwe voor hem maakte. Mijn hersenschudding was in die tijd alweer hersteld en ik was niet meer zo van het breien. Ik zocht een nieuw patroon voor een sjaal, we bestelden de wol en deze wol belandde onder mijn bed. En ik dacht er jaren niet meer aan dat ik die sjaal voor hem zou maken. 

Tot een paar weken geleden dus, toen ik mijn wol ging opruimen. Ik schaamde me een beetje, ik had hem beloofd die sjaal te maken en hij had het garen gekocht… en dan ligt het pakket daar maar onder mijn bed te liggen. Ik kon het patroon wat ik had bedacht niet meer terugvinden. Ik zocht op pinterest naar verschillende patronen voor ‘mannen sjaals’ en kon niet precies vinden wat ik nou wilde. Toen besloot ik om maar gewoon te beginnen. Ik wilde een geribbelde sjaal en ik wist hoe ik dat effect kon bereiken.

Ik heb dus niet echt een patroon gebruikt, maar heb wel opgeschreven wat ik heb gedaan:

Benodigdheden

  • 10 bollen Yarn and Colors Fabulous, kleur Burgundy
  • Haaknaald 6,5
  • Schaar

Maak een lossenketting, in de gewenste lengte van de sjaal. Ik had 200 + 2 lossen opgezet. Ik gebruikte gewoon haaknaald 6,5 en zorgde dat de lossen ‘los’ waren: vooral niet te strak, want dan krijg je de haaknaald er niet meer tussen. Uiteindelijk gaat je haakwerk dan ook krom trekken. Je kunt bij het opzetten ook een haaknaald in een grotere maat pakken. 

Als je het gewenste aantal lossen hebt opgezet, haak je een half stokje in de derde losse vanaf de naald, tot het einde. Dan keer je om en haak je 1 losse (dit is de keerlosse). 

Vervolgens haak je een toer halve stokjes, waarbij je steeds alleen je haaknaald in de voorste lus steekt. Aan het einde van de toer haak je telkens 1 losse, voor je omkeert. Ik vind dat je randen dan mooier worden. Dit herhaal je dus steeds. Door je haaknaald telkens alleen in de voorste lus te steken, krijg je uiteindelijk een soort ribbel effect. 

Ik maakte 34 toeren (toen was de wol op). 

De losse draden maakte ik aan elkaar vast volgens de magic join (https://www.youtube.com/watch?v=i8Lfya7Vv3U). 

Uiteindelijk is de sjaal 206 bij 27 cm geworden.

Frontline Hero Bear

Ik ben eigenlijk altijd al met creatieve dingen bezig geweest, zo hou ik heel erg van tekenen, schrijven en andere vormen van creatief bezig zijn. Een vorm hiervan is handwerk, zoals haken en breien. Haken gaat bij mij wat sneller dan breien, vandaar dat ik dat liever doe. 

Grote schoonmaak/opruiming

Het probleem is alleen dat ik heel vaak projecten niet afmaak, maar wel vaak aan nieuwe projecten begin. Dan verlies ik uiteindelijk mijn interesse en de wol en de materialen blijven zich maar opstapelen (onder mijn bed). Uiteindelijk past er niets meer bij. Toen mijn beste vriendin ging verhuizen, kreeg ik al nachtmerries over het verhuizen van al die wol, waar ik waarschijnlijk nooit meer wat mee ging doen. Ik besloot dus om goed uit te gaan zoeken wat ik nou allemaal in huis had en wat ik echt nog wilde afmaken. Ik was hier kritisch in; het is gewoon niet reëel dat ik nog zoveel dekens en truien en jurkjes ging maken. Ik vond het zonde om die grote hoeveelheid wol zomaar weg te gooien en besloot dit te doneren aan een goed doel of weg te geven aan mensen, die het niet zo breed hebben, maar wel graag willen gaan breien/haken. Ik zit in verschillende Facebookgroepen, die over haken gaan. Ik besloot om wat te doneren in de Facebook groep van Haakplein, Fighting Cancer en de Goedgemutst actie van het Ouderenfonds. Uiteindelijk heb ik verschillende mensen blij kunnen maken. Een van deze mensen maakt een deken voor haar zieke dochter, een ander maakt een deken voor een kwetsbare oudere, die continu opgenomen ligt in het ziekenhuis en er worden mutsen van gemaakt, die verstrekt worden aan kankerpatiënten in verschillende ziekenhuizen. Daarnaast heb ik ook nog wat wol gedoneerd aan een verpleeghuis, waar mutsjes voor de Goedgemutst actie van het Ouderenfonds van worden gemaakt. Ik heb mijn karma punten dus weer verdiend. 

Bij het uitzoeken van de wol vond ik verschillende projecten, die ik eigenlijk alweer vergeten was. Zo vond ik een pakket waarvan ik een sjaal zou maken voor mijn oom, een pakket voor een unicorn knuffel die ik voor een vriendin zou maken (en al bijna af heb) en verschillende trui-pakketten. Ik ben begonnen met de sjaal voor mijn oom. 

Frontline hero bear

Ik ben nu bezig met mijn oudste coschap Neurologie in het Ikazia ziekenhuis Rotterdam, waar ik met name op afdeling 6B, de SEH en de poli te vinden ben. Op de afdeling staat een knuffeltje van een beer, die gekleed is in dokters kleren. Deze is gemaakt door Esther, een van de verpleegkundigen (te vinden op Facebook: Handmade with Love By Esther). Ik vond het zo leuk, dat ik deze zelf ook wilde maken. 

Frontline Hero Bear

Het patroon is gemaakt door Yarn It, Darn it en is gratis beschikbaar. Mocht je een beertje willen verkopen, dan wil ze graag een shout-out. Ze heeft het ontworpen tijdens de eerste coronagolf om de ‘zorghelden’ een hart onder de riem te steken: “As we do our part by #stayingathome, our Medical Frontliners are out there fighting to keep us all safe. They are truly our heroes!” 

Ik zat een paar dagen thuis vanwege de overbelasting aan mijn rug en vond dit een goed moment om dit beertje te maken. Ik heb er twee dagen over gedaan en vond het leuk om te doen. Ik vind het eindresultaat heel schattig, maar weet nog niet zo goed wat ik ermee moet gaan doen. Ik hou hem voor nu nog maar even voor mezelf. 

Recensie: Nina George – The Little Paris Bookshop

Dit boek gaat over Jean Perdu, een literair apotheker. Hij schrijft geen medicijnen voor, maar boeken. Hij schrijft deze voor allerlei situaties voor, bijvoorbeeld voor wanneer je gewoon even zin hebt om een potje te janken. Hij geneest mensen, maar kan zichzelf niet genezen: hij heeft al lange tijd last van liefdesverdriet. Zijn geliefde heeft een brief voor hem achtergelaten, maar deze heeft hij nooit opengemaakt. 

The Little Paris Bookshop

Ik vind het concept van het boek erg leuk en ben erachter gekomen dat bibliotherapie ook een echt concept is, wat weleens wordt gebruikt door psychologen. Het is een therapie, waarbij gebruik gemaakt wordt van geschreven teksten, zoals zelfhulpboeken, handleidingen, romans en prentenboeken, om mensen van alle leeftijden te helpen met hun psychische en fysieke problemen. Het boek is dus erg geschikt voor mensen die veel van boeken houden. Niet alleen omdat het gaat over wat boeken voor mensen kunnen doen, maar ook omdat er veel referenties worden gemaakt naar bekende boeken. Het is bijna jammer dat het niet echt is. Ik zou best wel eens naar die boekenwinkel willen gaan en dat iemand dan een boek voor me uitkiest wat perfect voor me is op dat moment. 

Het boek heeft een fijne sfeer. De personages zijn realistisch en je leeft echt met ze mee – je voelt hun pijn en kan echt voor je zien hoe een situatie zich voordoet. Het is een mooi boek met een mooie beschrijvende schrijfstijl. Onder andere de vriendschap die tussen Jean en Max ontstaat, is echt heel schattig en wholesome. Het is echter ook een beetje langdradig. Je krijgt niet dat ‘omg, ik moet doorlezen’ gevoel. Het langzame tempo van het boek zorgt ervoor dat ik er niet goed in kwam. Elke keer een hoofdstuk lezen werkt niet voor dit boek; het werkte beter om grotere stukken te lezen. 

De personages zijn goed uitgewerkt en complex. Perdu wordt gek nadat zijn grote liefde hem verlaat. Hij wacht 21 jaar met het openen van een brief die zij hem gestuurd heeft. Dat lijkt me heel lang om nog zo van slag te zijn door een oude liefde. Hij wordt gek; zijn emoties zijn wel erg goed beschreven. Het enige personage wat ik niet echt begreep, was Manon, zijn grote liefde. Haar relatie met Jean Perdu begreep ik eigenlijk niet – en eigenlijk gaat het hele boek wel over het liefdesverdriet van Jean. 

Conclusie: 3/5

Het is een lief, romantisch boek, waarin veel referenties naar bekende boeken staan, over hoe boeken je kunnen genezen. Het heeft een goede sfeer, maar is soms wel wat langdradig. 

Have A Good Winter Run – week 3

Maandag 25 januari

Ik stond niet heel fris op vanochtend. Ik heb altijd veel last van droge lucht, wanneer de verwarming aan staat, en werd dus met een droge keel wakker. Ook moest ik van een avonddienst-ritme weer over naar een ochtenddienst-ritme. Hier ben ik altijd heel erg vermoeid door. Ik had nergens zin in vandaag, maar uiteindelijk heb ik op de poli nog redelijk wat patiënten kunnen zien; hier is het fijn dat je tussen de patiënten door gewoon tijd hebt om even een kopje koffie te pakken en de patiënt rustig voor te bereiden. Ik voel me altijd heel zwak door slaaptekort. Ik laste qua sporten dus maar een extra rustdag in vandaag.

Dinsdag 26 januari

Deze dag was echt bizar. Ik was in de ochtend rustig aan het werk op de poli en ’s middags was ik bezig met de laatste opdracht van mijn studie. Toen riep de manager van de afdeling ons, en iedereen die aan het werk was, naar voren voor een bericht van de directie. Het bleek dat er weer rellen waren aangekondigd voor vanavond, in Rotterdam-Zuid, vlakbij het Ikazia ziekenhuis (waar ik werk). Aangezien ziekenhuizen de dagen ervoor ook al specifieke ‘targets’, waren geweest, nam het ziekenhuis deze aankondiging erg serieus. We moesten onze auto’s verplaatsen, iedereen die dagdienst had moest voor 17:00 naar huis en er waren verder nog extra maatregelen genomen. De coassistenten (ik dus) mochten/moesten meteen naar huis. De corona crisis heeft me nog nooit zo geraakt als vandaag. Ik kan er gewoon echt niet bij met mijn hoofd waarom mensen dingen zouden gaan slopen en je je dan specifiek richt op een ziekenhuis; mensen die de afgelopen maanden juist keihard hebben gewerkt om alle corona patiënten op te lappen. Ik durf niet meer naar buiten om te lopen vandaag, maar ik heb geprobeerd mijn woede en mijn angst eruit te sporten met een krachttraining. Ik heb het filmpje 3 keer gedaan en ik verwacht het echt wel te gaan voelen.

Woensdag 27 januari

Ook vandaag voel ik me moe en ben ik lastig vooruit te branden. Ik heb veel gedaan vandaag, heb veel patiënten gezien (onder andere een patiënt met borderline, dat vreet altijd energie) en heb eindelijk de opdracht, waar ik al weken mee zit, afgemaakt. Ik val bijna in slaap bij de overdracht en bedenk me dat ik echt geen zin heb om én te hardlopen én te koken. Aangezien ik de afgelopen twee dagen redelijk ongezond heb gegeten, besluit ik om te gaan koken. Ook voel ik de krachttraining van gisteren nog. Nadat ik heb gekookt en afgewassen, duik ik meteen mijn bed in. Ik wil niet te streng voor mezelf zijn en het is een rare week.

Donderdag 28 januari

Vandaag heb ik de intervaltraining gedaan. Ik had deze week nog ruimte voor twee looptrainingen en aangezien ik in dit schema nog geen intervaltraining heb gedaan, besloot ik om te gaan voor 10×400 meter, afgewisseld met 400 meter dribbelen. Met de warming-up, versnellingslopen en cooling-down bij elkaar, werd dit nog best een afstand. Romy ging een stuk mee skaten. Aangezien ik om de zoveel tijd versnelde, had zij een soort intervaltraining op de skates. De training was best wel pittig. De eerste keer dacht ik: “Hoe ga ik in godsnaam de andere herhalingen overleven? TIEN keer? En op DIT tempo? HOE?” Maar uiteindelijk werd het makkelijker. Ik gebruikte tijdens de intervallen een mantra, wat ik heb geleerd bij het mediteren tijdens mijn behandeling. “Ik ben genoeg, ik heb genoeg.” Het heeft in principe niets met het lopen te maken, maar het hielp me wel om verder te komen. Ik had als doeltempo ongeveer 5:20. Ondanks één uitschieter is het op zich wel gelukt om rond dit tempo te lopen.

Vrijdag 29 januari

Rustige dag. Lekker vroeg naar bed gegaan.

Zaterdag 30 januari

Ik begon vandaag met een wandeling. Ik voelde mijn spieren (niet alleen mijn kuiten dit keer) nog van de intervaltraining van donderdag. Ik heb het idee dat ik standaard 2 dagen rust nodig heb na een training; en dat is planningstechnisch heel vervelend. Ik zou liever op zaterdag mijn duurloop doen, aangezien ik dan maandag weer kan beginnen met een nieuwe week. Maar goed. Ik wil mijn trainingsbelasting op gaan voeren, maar ik moet ook naar mijn lichaam luisteren. Moeilijk.

Zondag 31 januari

Duurloopdag! En ook de laatste dag van januari. Ik zat nog niet op 100 kilometer deze maand, maar met de duurloop van vandaag ben ik daar ruim overheen gegaan. Een goed begin van het jaar. Ik wilde 16-17 kilometer lopen en uiteindelijk had ik het in mijn hoofd gehaald dat ik die 17 wel even zou doen. Het was koud buiten – er stond een harde, koude wind, maar het zonnetje scheen ook. Ik was vastbesloten om te gaan genieten. Ik had me goed op de temperatuur gekleed, ik had water mee en de podcast van vorige week al aan staan. Maar ik begon al niet lekker. Ik kon mijn ademhaling lastig onder controle houden door het inademen van die koude lucht. Daarnaast zaten de Erasmusbrug en de Willemsbrug in het begin van het rondje, wat ook niet echt een lekker begin gaf. En de ademhalingsproblemen bleven eigenlijk het hele rondje. Ik begon af te tellen. Vrij vroeg al. “Als ik nu zeven kilometer heb gelopen, dan hoef ik er straks nog maar tien en dat is eigenlijk gewoon twee keer vijf en vier keer tweeënhalf en hoeveel is dat nou?” Deze gedachte techniek gebruik ik vaker als ik het zwaar heb tijdens een duurloop; als ik dit niet had gehad, dan had ik de dertig kilometer duurloop als voorbereiding in de marathon van Rotterdam niet afgemaakt.

Hier was ik nog vrij vrolijk – en dit is een van de beste selfies die ik tijdens het lopen heb gemaakt. Het beeld is eigenlijk altijd bewogen, of de hoek is niet goed…

Na de 14 kilometer kakte ik helemaal in. Ik wilde niet meer, mijn benen deden het niet meer en ik wilde eigenlijk stoppen. Mijn benen voelden zwaar aan. Ik begon allerlei oorzaken te zoeken. Heb ik wel genoeg gedronken? Ik had mijn rugzakje met water erin mee en ik heb redelijk wat gedronken, maar misschien toch te weinig? Ik heb geen suikers of iets dergelijks mee genomen, misschien dat het daar aan lag. Ik was niet vooruit te branden. Toen ik terug kwam (uiteindelijk toch de 17 kilometer volgemaakt – ik moest toch naar huis), moest ik – ehm, sorry voor de details – vrij nodig naar de wc. Ik viel bijna in slaap onder de douche. Het was niet fijn. Nu (zondagavond) heb ik last van mijn rechterlies, net voor mijn heup. Ik hoop dat het weggaat.

Op zich had ik tijdens de duurloop een redelijk constant tempo. Mijn hartslag lag ver boven mijn duurloop hartslag; ik geef de ademhalingsproblemen en de mentale issues deze loop de schuld.

100 dingen waar ik blij van word

In deze dagen vind ik positiviteit en nadenken over geluk erg belangrijk. Corona is er nog steeds, er zijn heftige maatregelen en rellen breken uit. Ik vind het bizar dat we in zo’n tijd leven; er zijn eigenlijk meer dingen om verdrietig van te worden dan om blij van te worden.
Ik vind het fijn om te denken aan dingen die me altijd blij maken, dus om me in deze tijd daar nog even aan te herinneren heb ik 100 dingen bedacht waar ik blij van word. Ik neem me bij deze voor om de lijst uit te printen en ernaar te kijken, wanneer mensen weer naar buiten gaan en de boel slopen, stenen of vuurwerk gooien naar onschuldige politieagenten en wanneer het allemaal even te veel wordt. 

Rotterdam maakt me altijd blij
  1. Onder een dekentje met een kopje thee
  2. Mijn vrienden
  3. De combinatie van mint en chocola (met name in ijs)
  4. Cadeautjes geven
  5. Cadeautjes krijgen
  6. Geluiden van een storm
  7. Na een tijdje weggeweest te zijn, terugkomen in Rotterdam
  8. Mijn broertjes
  9. Dansen
  10. De Rotterdamse mentaliteit
  11. Pakketjes
  12. Mooie boekcovers
  13. Boekenwinkels
  14. Wanneer ik iets bak of kook en het echt goed gelukt is
  15. Opgeruimde kamer
  16. Mooi uitzicht
  17. Lijstjes
  18. Je haar laten wassen bij de kapper
  19. Goede, lange en diepe gesprekken
  20. De nostalgie van een boek of film, waar ik vroeger heel erg fan van was
  21. Een nieuw liedje leren op gitaar/ukelele
  22. Naar een luisterboek luisteren, terwijl ik aan het haken/koken/bakken/tekenen ben
  23. Een warme douche
  24. Een softijsje met discodip
  25. Als het eindelijk weer wat koeler wordt na een hittegolf
  26. Wanneer buschauffeurs naar elkaar zwaaien
  27. De geur van een schuur
  28. Na de kou binnenkomen en een kop thee/warme chocolademelk drinken
  29. Nieuw dekbedovertrek
  30. Subscription boxes
  31. Finishen tijdens een sportwedstrijd (hardlopen, triatlon)
  32. Fred & George (mijn goudvissen)
  33. Geurkaarsen
  34. Mensen met een Rotterdams accent
  35. Mijn ouders
  36. Onverwachte telefoontjes of appjes
  37. Back scratches
  38. Knuffels
  39. Als mensen elkaar aanmoedigen tijdens een sportwedstrijd
  40. Weer van mijn hobby’s genieten en kunnen ontspannen
  41. Kaas
  42. Mannen met een Brits accent
  43. Fijne dromen
  44. Een nieuw project
  45. Mannen in een overhemd met opgestroopte mouwen
  46. Wanneer iemand me vertrouwt
  47. Kantoorartikelen
  48. Haardvuur
  49. Dankbare patiënten
  50. Festivals
  51. Eten, wanneer je al een tijdje honger hebt
  52. Filmpjes van baby dieren
  53. Een puzzel maken met papa
  54. Wanneer iemand ergens heel enthousiast over is
  55. Bloemen
  56. Wanneer hardlopers elkaar groeten
  57. Filmpjes van vaders/moeders die onverwacht thuis komen uit het leger
  58. Duurlopen
  59. Het gevoel na een duurloop
  60. Een film waar ik al heel lang op wacht eindelijk in de bioscoop zien
  61. Iets nieuws proberen
  62. Honden
  63. De sfeer tijdens de Marathon van Rotterdam
  64. Road trips
  65. Goede boeken, die je niet neer kan leggen
  66. Erachter komen dat iemand ergens fan van is, waar ik ook fan van ben
  67. Bijna klaar zijn met afstuderen
  68. Salaris
  69. De geur van benzine
  70. Een mooie quote
  71. Alpaca’s
  72. Concerten van mijn favoriete artiesten en dat ze dan een van mijn favoriete liedjes spelen
  73. Kerstlichtjes
  74. Meteen weten wat een patiënt heeft en dit ‘zelf’ behandelen
  75. Een nieuwe inrichting van mijn kamer
  76. Grappen die eigenlijk nét niet kunnen
  77. Mediteren
  78. Verliefd zijn
  79. Een koud biertje op een terras in de zon
  80. Hoofdmassages
  81. Schoon bed met net gewassen beddengoed
  82. Iemand ergens mee kunnen helpen
  83. Koffie
  84. Wijn
  85. Een bekende tegenkomen tijdens een wedstrijd
  86. Inside jokes
  87. Ouders die trots over hun kinderen vertellen
  88. Wanneer het dagen achter elkaar regent en dan eindelijk een zonnige dag
  89. Sterke vrouwen met een power beroep
  90. Wanneer iemand me ‘dokter’ noemt
  91. Een kusje op mijn voorhoofd
  92. Een hele nacht doorslapen
  93. Dagje naar de wellness
  94. Lachende baby’s
  95. Mensen met een rijbewijs
  96. Dansen met mama
  97. Mensen met veel zelfvertrouwen
  98. De Rotterdamse skyline
  99. Complimentjes
  100. Uitgaan en dat dan een favoriet liedje opkomt

Recensie: Mark Manson – De edele kunst van not giving a fuck

“Van populair weblog naar New York Times-bestseller is dit hét boek voor zelfhulphaters! Stop met altijd maar positief zijn, en leer in plaats daarvan om te gaan met je tekortkomingen en de tegenslagen in het leven. Zodra je niet meer wegrent voor je angsten, fouten en onzekerheden maar de pijnlijke waarheid onder ogen durft te zien, vind je de moed en het zelfvertrouwen waar je in deze tijd zo’n behoefte aan hebt. Mark Manson geeft je de tools om te kiezen waar jij om geeft, en dus ook waar je niet om geeft. Dat idee omarmen werkt bevrijdend. Humoristisch en vol goede grappen, maar bovenal ondersteund door wetenschappelijk onderzoek”

De edele kunst van not giving a fuck

Dit boek stond al meer dan een jaar in mijn kast. De titel, en het feit dat het boek erg populair is, trok me aan in de boekwinkel. Ik trek me vaak veel te veel aan van bepaalde zaken en ik dacht dat dat door dit boek misschien iets minder zou kunnen worden. Maar ik las het steeds maar niet. Het stond maanden in mijn kast en ik was met allerlei andere dingen bezig. Totdat ik het nog een keer aangeraden kreeg door een collega: nu was het toch echt tijd om het uit de kast te halen en te beginnen met lezen.

In eerste instantie vond ik het nogal een verwarrend boek.Toen ik het uit had, wist ik nog niet wat ik ervan moest vinden en heb ik het nog een keer gelezen, maar nu als luisterboek. Dat was wat fijner, dan kon ik ondertussen ook andere dingen doen. Eigenlijk vind ik ook dat je dit boek twee keer moet lezen om het echt te laten doordringen en er een solide mening over te vormen. 

Wat me met name irriteerde, was dat veel zaken in dit boek als ‘waarheden’ worden gebracht, terwijl het echt niet waar hoeft te zijn. Ik vind de toon van het boek nogal arrogant, alsof alles wat erin staat klopt. Ik denk dat veel mensen het idee krijgen dat het een geweldig boek is, omdat er veel dingen gezegd wat iedereen zal herkennen. Deze worden achter elkaar opgesomd, waardoor het soms nogal onsamenhangend overkwam, waardoor ik dacht: wat probeert hij nou te zeggen? Wat is nou precies de boodschap hier?

Het boek heet ‘the subtle art of not giving a fuck’, maar eigenlijk gaat het hier helemaal niet over. Ja, het gaat onder andere over prioriteiten stellen. Prioriteiten stellen is belangrijk: je hebt maar weinig fucks, dus verdeel ze wijs. Je moet wel fucks geven, maar bijvoorbeeld niet om falen of tegenslagen. Het gaat echter ook een groot deel over hoe je jezelf altijd een beter mens kan maken. Maar moet je altijd maar een beter mens worden? Ik vind het doodvermoeiend klinken. 

Daarnaast heeft het ook een depressieve ondertoon, heel erg in het mom van: “Life sucks and then you die”. Waarom zou je het dan doen? Als je je best doet om gelukkig te worden, dan ben je het dus niet. Dit wordt alleen maar door dit boek benadrukt. Een groot deel van het herstellen uit mijn depressie was het positieve in alles zien, hierdoor voelde ik me echt een stuk beter. Ja, soms is het allemaal kut en ik ontken mijn negatieve emoties ook niet, maar ik kom er juist uiteindelijk uit door het positieve erin te zien en emoties toe te laten en bij mezelf te bedenken: emoties hebben een functie. Positief blijven vind ik dus zeker geen armzalige waarde, wat in dit boek wel beweerd wordt. 

Ik snap wel waarom dit boek zo populair is geworden. Het is controversieel en ten opzichte van de al bestaande zelfhulpboeken ‘nieuw’ en er staan veel waarheden en herkenbare situaties in: het krijgen van zenuwen over het hebben van zenuwen, waardoor je in een vicieuze cirkel van piekeren terecht komt: je voelt je slecht, omdat je je slecht voelt. Soms mag je je slecht voelen en dan moet je er dus geen fuck om geven dat je je slecht voelt. Je hoeft niet krampachtig te gaan proberen om je beter te laten voelen, want dan ga je alleen maar die vicieuze cirkel in. Het gaat om het toelaten van emoties en soms die er gewoon te laten zijn: dan worden ze vanzelf minder. Pijn en emoties hebben een functie. Het heeft geen zin deze alsmaar uit de weg te gaan. Je leert ervan. Ik vond dit een sterk punt van dit boek, waar ik veel herkenning in vond. 

De dagelijkse samenleving is erop gericht pijn uit de weg te gaan. Je blijft echter problemen houden. Je kunt slechte en goede problemen hebben. Je kunt dus streven naar ‘betere problemen’. Als je geen probleem hebt, verzint je brein er wel één voor je. Waar je gelukkig van wordt, is het oplossen van problemen. Dus als je streeft naar betere problemen, zijn deze makkelijker op te lossen en word je dus uiteindelijk gelukkiger. 

Er staan dus ook wel goede dingen in. Onder andere het hele idee van ‘verdeel je fucks’ (je kunt niet overal een fuck om geven, dus kies waarvoor je dat wel wil doen) vind ik wel top. Sommige dingen moet je nou eenmaal laten gaan. Ik zou er goed aan doen om dit meer te doen. Mijn favoriete hoofdstuk is hoofdstuk 7. Falen is erger dan het niet proberen. 

“Ergens beter in worden is gebaseerd op ontelbaar veel kleine mislukkelingen en de mate van succes wordt bepaald door hoe vaak je ergens in hebt gefaald”. Hier ben ik het dan wel weer mee eens; ook al ben ik vaak bang om te falen. Falen zorgt er uiteindelijk voor dat je leert, dus waarom zou je er dan bang voor zijn? 

Daarnaast staat er ook een deel in over je kernwaarden. Dit heeft me wel aan het denken gezet – wat zijn eigenlijk mijn kernwaarden? Wat vind ik echt belangrijk in het leven? Ik denk dat één van mijn kernwaarden echt ‘gelijkheid’ of ‘rechtvaardigheid’ moet zijn. Ik heb echt een hele grote hekel aan hiërarchie. Dit zie ik terug in veel aspecten van mijn leven, maar dit heb ik met name in mijn coschappen gezien. De coschappen waarin je als voetveeg behandeld werd, alsof je niet belangrijk was, vond ik de verschrikkelijkste coschappen. Toen ik als medisch student als ondersteuning voor de verpleging werkte, vond ik het ook niet leuk als wij niet werden gebeld voor het eten. Dit zijn slechts enkele voorbeelden wat ik vervelend vind aan hiërarchie en status. Ik vind dat iedereen gelijk behandeld moet worden, of je nou schoonmaker, arts of verpleegkundige bent. Iedereen draagt zijn of haar steentje bij en doet wat hij/zij kan. 

Conclusie: 3/5

Mijn mening is dus verdeeld. Er staan zeker goede dingen in het boek, waar ik mezelf in herkende en waar ik denk dat iedereen wat aan heeft. Daarnaast vond ik de toon van het boek nogal vervelend en arrogant, alsof alles wat er stond waar was. Hier heb ik me van begin tot einde aan geërgerd, waardoor een aantal dingen echt niet bij mij doorkwamen. Het boek deed me wel goed over mezelf en mijn eigen kernwaarden nadenken. 

Have a good winter run – week 1 & week 2

Zoals ik vorige keer al schreef, doe ik mee aan het hardloopprogramma ‘Have a Good Winter Run’. Ik heb nu twee weken gehad en heb hierbij een trainingslogboek bijgehouden, wat ik graag met jullie deel. Ik heb thresholdtrainingen gedaan, een training op marathontempo en ik heb eindelijk weer wat langere duurlopen gedaan en hiervan genoten.

Maandag 11 januari

Vandaag begon Have A Good Winter Run! Na een drukke dag op coschap (op de spoedeisende hulp kwamen een heleboel patiënten allemaal tegelijkertijd, waardoor ik laat at), ben ik toch gaan hardlopen. Op het programma stond een threshold training. Hierbij loop je een aantal blokjes van een bepaald aantal minuten op je threshold tempo: dit is het tempo waarop je op je lactaat drempel loopt: de maximale hardloopsnelheid waarop je lactaatwaarden in je bloed relatief stabiel blijven. Het voelt nog nét comfortabel. Ik deed een warming-up (doe ik normaal bijna nooit) en deed ook een aantal versnellingslopen. Sinds ik begonnen ben met dit programma, ben ik echt fan geworden van versnellingslopen. Je maakt echt even al je spieren in je benen wakker, waardoor je daarna veel lekkerder loopt. Ik vond het fijn om weer wat sneller te rennen dan mijn ‘standaard’ tempo van de afgelopen maanden (rond de 6:20-6:40). Na de training had ik eindelijk weer dat voldane gevoel…

De Maasboulevard is mijn favoriete stukje om een interval/threshold training te doen. Als je dan om mag keren, zie je dit mooie uitzicht.

Dinsdag 12 januari & Woensdag 13 januari

Als ik weer aan een trainingsschema begin of mijn frequentie/afstanden qua hardlopen omhoog gooi, krijg ik altijd last van mijn kuiten. Iedereen heeft natuurlijk zo zijn zwakke punten; de mijne zijn mijn kuiten. Toen ik voor de marathon trainde, heb ik ook nooit last gehad van iets anders (gelukkig). Ik heb drukke dagen in het ziekenhuis gehad, dus wat rust kwam wel goed uit.

Donderdag 14 januari

Vandaag was het eindelijk tijd voor de tweede training van het schema. Ik moest een aantal blokken op marathontempo lopen. Ik wist niet goed wat mijn marathontempo was, maar ik besloot gewoon te versnellen en dan proberen dat tempo vol te houden. De tempo’s van de verschillende blokken varieerden tussen de 5:34 en de 6:00. Ik deed deze training samen met een vriendin, Romy. Normaal is zij ook fanatiek hardloopster en is ze supersnel, maar nu gooiden shin splints roet in het eten. Daarom was zij op de skeelers. We hadden elkaar al een tijdje niet gezien, dus terwijl ik harder liep dan de afgelopen tijd vertelde zij hoe haar afgelopen dagen waren geweest. Dat was erg fijn; ik werd afgeleid van hoe zwaar ik het wel niet had en waar ik welk pijntje voelde. Mijn kuiten piepten alleen tijdens de warming-up: de rest van de training heb ik er geen last meer van gehad.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is img_0388.jpg

Vrijdag 15 januari en zaterdag 16 januari

Na een relatief drukke week op coschap moest ik echt even bijkomen. Daarom lastte ik een extra rustdag in, ook om mijn kuit rust te geven.

Zondag 17 januari

Vandaag was het tijd voor mijn favoriete type looptraining: de lange, rustige duurloop. Ik vind het heerlijk om in die meditatieve stand van een lange duurloop te komen. Ik ging vandaag voor 14 kilometer en deed mijn oude, vertrouwde rondje rond de Kralingse plas. Ik besloot niet op mijn tempo te letten, maar met name op mijn hartslag; deze wilde ik rond de 160-165 houden en dat was gelukt. De duurloop was heerlijk; ik had mijn muziek op, genoot van de omgeving en van het lopen zelf. In het begin voelden mijn kuiten weer zwaar aan; met name rechts, aan de binnenkant.

Maandag 18 januari

Ik voelde de duurloop van gisteren in mijn bovenbenen en in mijn linkerknie, aan de zijkant, net onder mijn knieschijf. Opletten geblazen! Deze week heb ik avonddiensten, dus kan ik overdag lopen. Ik vind lopen in de winter fijner dan lopen in de zomer; ik loop liever in de kou en in de regen dan in de bloedhitte. Maar ik vind lopen in het donker wel vervelend, dus ik vind het fijn dat dat deze week niet hoeft.

Dinsdag 19 januari

Voor vandaag stond er weer een threshold training op het programma. Deze heb ik uiteindelijk verplaatst naar morgen. Ik werd namelijk redelijk moe wakker. De avonddienst van gisteren was erg indrukwekkend: ik heb voor het eerst een reanimatie gezien, die niet gelukt is. Er was een grote, emotionele familie op de SEH. Dit maakt ook altijd indruk. Ik koos voor krachttraining; iets wat ik ook al heel lang niet heb gedaan, maar wat erg goed is om blessures te voorkomen. Dat ik het heel lang niet heb gedaan, voel ik ook wel echt. Planken vind ik ontzettend zwaar, en met name de ‘side plank’. Ik voelde al bijna meteen na de training dat ik spierpijn ging krijgen: als ik mijn buikspieren aanspande, ging ik trillen…

Woensdag 20 januari

De krachttraining van gisteren voel ik dus inderdaad, maar hoe erg het is, valt me op zich nog wel mee. Ik voelde mijn knie helemaal niet meer, gelukkig. Ook mijn kuiten voelden minder gespannen aan, ze protesteerden alleen nog maar tijdens de warming-up en na de versnellingslopen voelde ik ze niet meer. Vandaag heb ik de threshold training gedaan. Ik heb nieuwe tempo’s gekregen en loop de blokken nu met een tempo van 5:26. Zolang dit een korter blokje is, gaat dit prima, maar bij langere blokjes, gaat mijn tempo omlaag en mijn hartslag omhoog. Ik ben trots op mezelf dat ik ben geweest; het was ontzettend slecht weer. Het waaide heel hard, dus op sommige stukken moest ik vol tegen de wind in sprinten. Het was in ieder geval een goede training!

Donderdag 21 januari en vrijdag 22 januari

Ik had de twee dagen na de threshold training compensatiedagen. Ik besloot met name te ontspannen en de interval training over te slaan. Mijn kuiten (zoals blijkt uit de eerdere dagen) staan toch wel wat op spanning en ik wil explosieve trainingen even voorkomen. Daarom besloot ik op donderdag een stuk te gaan skaten. Het voelde goed en ik had hierbij geen last!

Zaterdag 23 januari

Het was weer duurloop dag! Ik was iets minder voorbereid dan de vorige keer: ik kon mijn bed echt niet uitkomen en dus kwam ik wat later uit bed dan ik had gehoopt. Ik wil voor een lange duurloop altijd goed ontbijten en vervolgens moet dat ontbijt goed zakken, anders krijg ik last van steken in mijn zij en… eh… andere problemen. Ik was bij mijn ouders en was blij dat ik een keer in een andere omgeving kon lopen. Begrijp me niet verkeerd, Rotterdam is absoluut mijn favoriete stad en je kunt er een hoop mooie rondjes lopen, maar ik loop bijna al mijn duurlopen op de Maasboulevard, langs de Erasmusbrug en de Willemsbrug, langs de campus op Woudestein en om de Kralingse plas heen, via Oostplein naar de kubuswoningen en dan weer naar huis. Het blijft een mooi rondje, maar iets anders was ook niet erg. Ik besloot weer naar een podcast te luisteren; de eerste van Looppraat van dit jaar. Ze hadden het over hun hardloopdoelen voor 2021: ik hoop vooral dat het mijne uitkomt (de marathon van Rotterdam), maar ik heb er helaas een hard hoofd in. Gelukkig heb ik nog meer doelen, zoals 1.000 km lopen in dit jaar en zijn er PR’s die verbroken mogen/moeten worden. Het was een fijne loop en ik voelde me helemaal voldaan en vermoeid toen ik terug was. Ik had zo een middagdutje kunnen doen.

Zondag 24 januari

Vandaag had ik weer een rustdag. Ik had het gevoel alsof er niets uit mijn handen kwam; ik voelde me moe en futloos. Gelukkig was daar de Weekly en het nieuwe schema in mijn mail; dat was leuk. Ik heb zin in mijn trainingen van de komende week!

Liefs,

Anouk

Have A Good Winter Run

Ik hou van hardlopen. Ik ben hier serieus mee begonnen toen ik begon met mijn coschappen. Dit was een moeilijke en zware periode in mijn leven. Tijdens de studie geneeskunde ben je gewend colleges te volgen, opdrachten te maken en vervolgens keihard te studeren om je tentamens te halen. De studie is überhaupt zwaar, maar het is toch een hele overgang naar coschappen. Hierbij loop je elke dag, van ongeveer 8 uur tot 6 uur mee in het ziekenhuis. Dit doe je vijf dagen in de week. Het doel is om zoveel mogelijk te leren. Ik kreeg, met name in het begin, steeds het gevoel dat ik continu beoordeeld werd. Er komen veel indrukken op je af – ik vond het heel zwaar. Gelukkig ben ik gelijk serieus gaan trainen voor de Bruggenloop; het was fijn om aan het einde van een lange dag een stuk te gaan lopen. Vervolgens ben ik door blijven trainen, alleen of met een trainingsgroep van Runner’s World Zoetermeer en heb ik grote stappen gemaakt. Ik was in 2019 klaar om voor een marathon te gaan trainen – en dan wel die van Rotterdam (welke ook anders) in 2020. Nou, we weten allemaal wat er gebeurde en dat hij niet door is gegaan. Ik raakte mijn motivatie om te blijven trainen kwijt en het hardlopen is versloft – waardoor mijn mentale gezondheid ook sterk achteruit ging.

Aan het begin van de Halve Marathon Zoetermeer, waar ik mijn PR op de Halve Marathon liep, samen met mijn broertje David, mijn favoriete haas

Gedurende mijn hardloopperiode was ik ook hardloopfan. Ik volgde meerdere lopers op Instagram, ik luisterde naar podcasts over hardlopen (zoals Susy Q&A en Looppraat en later ook Have a Good Run) en volgde met name de blog en vlogs van Annemerel. Ik las haar boeken en was enorm geïnspireerd (met name door haar boek Trainen als een Topatleet). In de corona periode is zij met haar man Arthur (ook wel bekend als Tuur) begonnen met een hardloopprogramma: Have A Good Run. Hierbij kan je je inschrijven en krijg je een schema, kan je hen vragen stellen en krijg je elke week ook een soort Tijdschrift met informatie over allerlei aspecten van het lopen. Daarnaast is er ook een Facebook groep, waarbij je verhalen van anderen kan lezen en je eigen verhaal kan delen. Zo kan je elkaar motiveren om in deze stomme tijd toch naar buiten te gaan en te gaan lopen. Het werkt erg goed. Er zijn inmiddels al twee edities geweest. Hiervoor had ik me ingeschreven, maar ik hield het steeds niet vol om echt het schema te volgen en enthousiast mee te doen. Nu mijn mentale gezondheid een stuk beter is, doe ik toch weer mee aan de derde editie: Have a Good Winter Run! Ik heb gekozen voor de optie met Feedback. Dit betekent dat ik het schema volg, hiervan een trainingslogboek bijhoud en hierop feedback krijg van Annemerel of Tuur. Ik hoop dat dat als een goede stok achter de deur werkt; als ik weet dat er iemand meekijkt en op mijn logboek zit te wachten, dan ga ik echt wel lopen en pak ik het ook serieus aan. Er wordt gewerkt aan je doelen en je leert ook weer nieuwe dingen over het hardlopen. Daarnaast vind ik het leuk om de verschillende berichtjes van allerlei mensen in de Facebook groep te lezen en (als het lukt) hierop te reageren.

Ik heb de volgende doelen opgesteld voor dit programma:
– Afstanden weer opbouwen (met het oog op de marathon van Rotterdam, op 24 oktober, mocht deze weer doorgaan tegen die tijd)
– Consequent gaan trainen (3 keer per week)
– Afvallen (in ieder geval niet verder aankomen)

Ik heb gekozen voor het schema ‘Sneller worden op de Halve Marathon’. Ik kan hierbij weer vrij snel lange duurlopen doen. Ik vind dit verreweg het leukste type training – je komt in een heerlijke meditatieve staat en als je op een goed ‘easy’ tempo loopt, voelt het ook makkelijk aan en ik krijg dan altijd het gevoel alsof ik een marathon zou kunnen lopen. Alsof ik onoverwinnelijk ben. Ik kan hierbij echt genieten van mijn hardloop playlist of van een leuke podcast (een van de eerder genoemde podcasts over hardlopen of de feministische podcast Damn Honey). Als je dan terug bent van het hardlopen, heb je een fijn zwaar gevoel in je benen en een fijne vermoeidheid. Bij de trainingen voor de marathon vond ik het fijn om een middagdutje te doen als ik terugkwam. Ik kan niet wachten tot ik dat gevoel weer kan ervaren.

Het is de bedoeling dat je voor dit programma een specifiek en meetbaar doel hebt (als je dat wilt natuurlijk, niks moet). De doelen die ik hierboven genoemd heb, zijn niet echt specifiek of meetbaar. Daarom heb ik het volgende doel geformuleerd:

In het weekend van 1 en 2 mei 2021 wil ik de halve marathon onder de twee uur lopen.

Dat is specifiek, meetbaar en ik denk ook wel haalbaar. Ik heb nog 16 weken, waarin ik fanatiek ga trainen op mijn tempo en belastbaarheid. Ik heb al eerder een halve marathon onder de 2 uur gelopen (mijn PR is 1:55:55) en ook al een keer 2:00:01. Een PR is misschien minder realistisch, maar dat zou helemaal top zijn. Om dit doel te behalen en niet geblesseerd te raken, wil ik 3 looptrainingen per week doen en 1-2 keer krachttraining. Daarnaast ga ik bijhouden hoeveel ik slaap, proberen zo gezond mogelijk te eten en elke dag 2 liter water te drinken.

Inmiddels zit de eerste week erop, voel ik mijn kuiten, maar doe ik heel voorzichtig en las ik genoeg rustdagen in. Ik wil niet geblesseerd raken en helemaal niet meer kunnen lopen. Hoe de trainingen in de eerste week gaan, schrijf ik graag nog in een aparte blog!

Mocht je ook mee willen doen aan dit programma, kan je je nog inschrijven via https://haveagood.run/. Je kan voor 6 verschillende schema’s kiezen: opbouwen naar 5K, opbouwen van 5K naar 10K, sneller worden op de 5K en 10K, opbouwen naar halve marathon, sneller worden op de halve marathon en er is ook een marathonschema. Het is erg leuk en gezellig. Echt een aanrader!

Liefs,

Anouk