Het stepverhaal

Intervisie

Mijn coschappen werden afgewisseld met blokken onderwijs over de coschappen die daarna zouden komen. Dit was niet alleen een fijne voorbereiding voor die coschappen, maar hierin was er ook altijd de tijd om samen met mijn studiegroep de afgelopen coschappen te bespreken. Dit was super gezellig, ik heb de meest fijne studiegroep gehad die ik me maar kon wensen. Er was ruimte om mooie ervaringen te bespreken, maar ook konden we bizarre situaties die ons gebeurden met de rest delen. Dit deden we in de lessen die “Intervisie” genoemd werden. We bespraken hoe we het hadden gevonden en wat we allemaal hadden meegemaakt. We hadden zo’n les na elk coschap blok. Na het eerste coschap, Interne Geneeskunde, vertelde ik een verhaal, wat daarna bij elke intervisie-les terugkwam. Ik hoorde dat het verhaal niet alleen in mijn studiegroep is gebleven, maar dat ook andere coassistenten ervan hadden gehoord. Achteraf is het een heel grappig verhaal, maar op dat moment vond ik het niet zo leuk. Toch wil ik het ook graag met jullie delen.

Kikker op een step
Kikker op een step

Avonddiensten tijdens mijn coschap Interne Geneeskunde

Ik liep mijn Interne Geneeskunde coschap in het Erasmus MC. Het was best leuk en interessant op dat moment, ik vond het nog helemaal geweldig om een witte jas aan te hebben en te mogen praten met patiënten. Ik was veel ingedeeld op de afdeling waar ik in het studententeam werkte, dus ik kende veel van de verpleegkundigen. Het was leuk om ook op een andere manier wat van de patiënten mee te krijgen. Daarnaast had ik ook een week avonddiensten. In het Erasmus MC waren er voor de afdeling Interne Geneeskunde twee arts-assistenten, één voor de spoed en één voor alle vragen in ‘huis’, dus op de afdelingen. Ik was een hele week ingedeeld bij de dienst in huis. Het was interessant om ook mee te krijgen hoe zo’n avonddienst gaat, maar het was niet erg leerzaam: de arts-assistent werd vooral gebeld met vragen van verpleegkundigen, bijvoorbeeld over bloedsuikers. Ik kreeg hier niet heel erg veel van mee. De eerste paar avonden stond ik ingedeeld met een ontzettend lieve en gezellige arts-assistent, die mij ook de telefoon op liet nemen, zodat ik in ieder geval meekreeg wat precies de vraag was. Zij zag ook in dat het niet erg leuk voor me was, maar probeerde het toch gezellig en leerzaam te maken door me veel te vertellen en uit te leggen. Ze snapte dat het misschien leuker voor me was om mee te kijken op de SEH, waar ik ook zelf patiënten kon zien en raadde me aan om dat aan de arts-assistent, waar ik de dag erna mee zou kijken, voor te stellen. 

Het begin van de dienst

De avond erna kwam ik bij de overdracht (voor wie het niet weet: elke avonddienst begint met de overdracht, waarbij je bijzonderheden van de dagdienst te horen krijgt). Ik was vastbesloten om voor te stellen dat ik naar de spoedeisende hulp zou gaan, als er niets interessants op één van de afdelingen zou zijn. Ik zag haar pas in de ruimte van de overdracht, toen de overdracht al begonnen was. Ze keek al vrij zuur en alsof ze liever niet met mensen communiceert, maar goed, eerste indrukken kloppen niet altijd. Na de overdracht ging de arts-assistent in kwestie in een apart kamertje zitten, om de rest van de dienst voor te bereiden. Hier was geen plek voor mij. Ik stond een beetje awkward op de gang en wist niet goed wat ik moest doen. Uiteindelijk verzamelde ik al mijn moed en ging ik het kamertje in. Ik vertelde haar dat ik met haar mee ging lopen die avond en dat het misschien handiger zou zijn als ik met haar computer mee kon kijken. Achteraf is het stom geweest dat ik niet meteen heb gevraagd om met de spoedarts mee te mogen kijken, maar goed, ik durfde toen nog niet zo goed voor mezelf op te komen. Schoorvoetend liep ze mee naar de kantoortuin (een ruimte waarin een heleboel bureaus met computers staan, allemaal flexplekken) en kozen we twee computers naast elkaar uit. Vervolgens ging ze met oortjes in zitten werken, wat ik achteraf ook vrij asociaal vind als er iemand met je meeloopt. Ik wist me geen houding te geven. Ik durfde nog niet zo goed te gaan studeren, maar ik vond het ook niet prettig om niets te doen. Ik wilde eigenlijk gewoon naar de spoed. Ik sprak haar weer aan en vroeg of ik naar de spoed mocht, dat ik dat met haar collega van de avond ervoor had besproken en dat er niemand van mijn mede coassistenten ingedeeld was op de spoed. Ze zei iets in de trant van: “ ja, als het daar druk is, kan ze misschien je hulp gebruiken.” Ze besloot haar collega op de spoed te bellen – deze nam niet op. Zij besloot dat het dus waarschijnlijk niet druk was op de spoed (en dat ik daar dus niet heen mocht) en ging weer verder met werken. Ik vond het een gekke gedachtegang. Als iemand zijn telefoon niet opneemt, is dat toch juist een teken dat het druk is? Als het niet druk is, neem ik veel sneller mijn telefoon op. Dus ik snapte deze redenatie niet. Al helemaal niet omdat ze blijkbaar helemaal geen zin had in mij. Ik durfde niets meer te zeggen en bleef zitten. 

De step

Vervolgens gingen we op pad. Tijdens zo’n avonddienst loop je vaak van de ene afdeling naar de andere afdeling. Voor wie nooit in het Erasmus MC is geweest – dat ziekenhuis is gróót. Het is het grootste academische ziekenhuis van Nederland. Als je daar moet werken, kom je wel aan je dagelijkse stappendoel. Je ziet dus ook weleens mensen langskomen op een bepaald vervoersmiddel. Sommige afdelingen hebben bijvoorbeeld een fiets. Maar ja, als je met zijn tweeën bent, ga je meestal lopen. Meestal is er namelijk maar één vervoermiddel beschikbaar. Maar goed. Deze arts vond dat niet zo’n goede redenering en liep resoluut naar de step, die de artsen gebruikten om van de ene naar de andere afdeling te komen. Ik keek haar een beetje verbouwereerd aan – wilde ze nou serieus met die step? Mocht ik dan toch naar de spoedeisende hulp van haar? Ze pakte de step en keek me aan. “Ja, ik vind het gewoon leuk om te steppen,” zei ze en ze vertrok. 

Verbazing

Ik bleef verbaasd achter en begon maar te lopen. Ze stepte een heel stuk voor me. Op dat moment was ik zo verbaasd, dat ik niet eens kon bedenken hoe achterlijk dit eigenlijk was. Verwachtte ze nou serieus dat ik achter haar aan ging rennen? Ik vertikte dit, maar wandelde toch stevig door. Ze had blijkbaar zelf niet door hoe idioot dit was, want ze bleef de step gebruiken. Ik vroeg maar elke keer aan haar naar welke afdeling we zouden gaan – dan zou ik haar daar wel zien. Het was niet eens alleen dat ze die step gebruikte, het was ook het feit dat ze me de hele dienst negeerde én het feit dat ze niet luisterde naar mijn vragen en opmerkingen… Daarnaast vond ze het ook nodig om twee uur op de PACU (Post-Anesthesia Care Unit, waar mensen na een operatie wat langer geobserveerd kunnen worden) te blijven, terwijl afdelingen met patiënten die ziek waren maar bleven bellen, alleen maar omdat er een voor haar interessante patiënt op de PACU lag. En hierover legde ze me ook niets uit. Je zou toch denken dat als je zelf iets interessant vindt, dat je daar wel wat uitleg over zou willen geven… Ik vertel elke dag met liefde honderd keer aan mensen hoe een herseninfarct ontstaat. 

Dit was de ergste dienst gedurende mijn hele coschappen en ik heb de nodige huilbuien wel gehad. Ik heb me nog nooit zo vernederd gevoeld en was zo in de war dat ik er niet eens wat van heb durven zeggen… 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s