Eindelijk dokter de Jong!

Ik weet dat een blog niet heel lang hoort te zijn. Maar over het belangrijkste doel van mijn lijst, het belangrijkste doel van mijn hele leven tot nu toe, vind ik dat ik wel wat woorden mag wijden. 

Toelating

Ik herinner me de dag dat ik was toegelaten voor de studie geneeskunde nog erg goed. 

Ik was al ruim twee-drie jaar bezig met de kans op de toelating zo groot mogelijk te maken. Ik had verschillende vrijwilligersbaantjes. Zo assisteerde ik bij een zwemvereniging voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten, bracht ik koffie rond in het Langeland Ziekenhuis en assisteerde ik bij een muziekactiviteit in een verzorgingstehuis. Daarnaast werkte ik ook hard aan school om mijn cijfers zo hoog mogelijk te krijgen – richting die gemiddelde 8, die me een directe toelating kon opleveren. Anders wilde ik zo’n hoog mogelijk cijfer om mijn kansen bij de eventuele loting zo groot mogelijk te maken. Voor de decentrale selectie deed ik vijf toelatingstoetsen, samen in een zaal met nog duizend anderen. Na het inleveren van een motivatiebrief (waar ik ook heel lang aan had gewerkt) en het doen van de toetsen was het afwachten. Ik weet nog dat ik heel vaak zei: “Wanneer ik later arts ben…” en dat mijn moeder me dan vaak onderbrak: “Nee, als je later arts bent. Je weet niet of het gaat gebeuren.” Ze wilde mijn verwachtingen waarschijnlijk temperen, logischerwijs. Als ze dat niet had gedaan en ik was niet toegelaten, was het waarschijnlijk zwaarder geweest.

Ik deed eindexamen. De examens gingen minder goed dan verwacht. Toen ik mijn resultaten terug kreeg, waren mijn cijfers ook minder goed dan verwacht. Geen gemiddelde 8, maar een gemiddelde 7,6. Janken geblazen, want dit betekende niet de directe toelating die ik zo graag wilde (achteraf first world problems – een gemiddelde 7,6 is ook heel erg goed). Ik was de enige die naar de bekendmaking van de cijfers ging, die niet uitgelaten was dat ik geslaagd was. Toch, een tijdje later, kreeg ik een mailtje van het Erasmus MC. De brieven, met daarin de uitslag van de decentrale selectie, waren verstuurd. Over een paar dagen zouden we de uitslag weten. Mijn zenuwen, die al vrij hoog waren, waren nog nooit zo erg geweest. Ik denk dat mijn hartfrequentie die paar dagen gemiddeld zo’n 140-160 was… De dag dat de uitslag binnen zou komen, ging ik ter afleiding een stuk skaten. Ik weet nog dat ik op mijn kamer (op de tweede verdieping) zat en dat ik de post op de deurmat hoorde vallen, terwijl ik dus twee verdiepingen hoger zat. Ik stormde naar beneden en zag de brief van het Erasmus MC. Ik werd misselijk, het zweet brak me uit en mijn hart bonkte echt in mijn keel. Ik scheurde de brief open, ik weet nog precies waar ik stond en waar mijn vader stond op het moment dat ik de brief opende. Ik las alleen de eerste regel:

“Geachte mevrouw de Jong,

Met groot genoegen…”

En meer las ik niet. Ik barstte in huilen uit, omhelsde mijn vader en belde meteen mijn moeder, die op haar werk zat. Ik kon niet stoppen met huilen. “Mamma,” zei ik met bibberende stem, terwijl ik nogal uitbundig mijn neus ophaalde en mijn andere klassieke huilgeluiden uitte. Mijn moeder dacht hier (ook logischerwijs) door dat ik niet was toegelaten. “Oh, nee,” hoorde ik haar zeggen. 

“Nee,” zei ik. “Ik ben toegelaten.” 

Iedereen was vrolijk. Ik moest naar mijn werk (toentertijd werkte ik als bijbaantje bij de LaPlace) en ik vertelde iedereen daar dat ik was toegelaten. Toen ik thuis kwam, had mijn familie allerlei posters opgehangen. Mijn buren (allebei huisarts, met twee zoontjes waar ik weleens op paste) waren er, met alle kinderen in labjassen. Er was champagne en er waren cadeautjes. Ik moest weer huilen. Het was een mooie dag. 

De mooiste ervaringen en herinneringen…

Ik kijk met veel plezier terug op mijn 7,5 jaar studie (naast 5,5 jaar geneeskunde ook 2 jaar de research master Neuroscience). Ik heb mijn allerbeste vrienden en nog veel meer andere leuke mensen hier ontmoet. Ik heb mijn eerste écht serieuze relatie hier leren kennen en heb kennis gemaakt met de allerbeste stad van de wereld. Ik heb ontzettend veel geleerd, niet alleen wat betreft geneeskundige kennis, maar ook hoe je goed kunt communiceren, goed kunt plannen en wat de belangrijke dingen in het leven zijn. Zeker in de laatste jaren, tijdens de coschappen en door mijn depressie heen, ben ik gegroeid als mens. Ik heb geleerd wat voor eigenschappen ik fijn vind in andere mensen en in mezelf. Ik heb geleerd wat mijn goede en mijn slechte punten zijn, welk specialisme ik wel en welk specialisme ik niet leuk vind. Ik heb geleerd dat niet iedereen mij leuk hoeft te vinden (en ik hen niet). Ik heb geleerd dat je, als je iets wil, er ook zelf veel voor kan doen om het mogelijk te maken.

Ik heb bizarre dingen mogen doen. Ik heb met de MFVR carrièreweek commissie aan de tafel van De Wereld Draait Door mogen zitten, waarbij Matthijs van Nieuwkerk een berichtje voor ons wilde inspreken. Ik mocht een psychologie cursus organiseren en heb hierbij les gehad van bekende psychologen. Ik mocht bij bevallingen zijn, ik mocht assisteren bij verschillende operaties, ik mocht op de snijzaal prepareren, waar ik enorm veel van heb geleerd. Ik mocht bij gesprekken zijn, waarbij mensen hoorden dat ze het niet zouden gaan overleven. In mijn studententeam heb ik nachtdiensten mogen doen, waarbij ik ook midden in de nacht door het ziekenhuis heb mogen steppen. Uiteindelijk mocht ik ook zelf gesprekken en lichamelijk onderzoek doen. Ik mocht diagnoses stellen en uitleg geven over de ziektes. Ik mocht lumbaalpuncties en slechtnieuwsgesprekken doen. Ik mocht meerdere keren trombolyse kandidaten opvangen (voor de insiders- een door-to-needle-time van 8 minuten, nog steeds trots op).

Zeker in de corona tijd kan ik mezelf gelukkig prijzen dat ik mocht studeren in een tijd waarin alles nog mocht. Dat we naar verschillende borrels en feesten mochten gaan. Dat ik eindelijk een prinsessenjurk aan mocht om naar gala’s te gaan. Dat ik me mocht verkleden voor datediners (onder andere als Cleopatra en Princess Peach). Dat ik een heliumballon aan Charlotte vast knoopte om haar niet kwijt te raken. Ik heb tijdens de coschappen ervaringen mogen delen met de allerbeste studiegroep ooit. We hebben zoveel escolaties en gekke ervaringen en verhalen gedeeld en ik kan echt niet wachten tot ik iedereen tegenkom in het ziekenhuis of daarbuiten. Ik kan nooit meer naar de Supermercado gaan en niet checken of een paar stroken ducttape daar nog steeds een van de balken aan elkaar houdt. Ik kan nooit meer normaal naar een step kijken of überhaupt het woord step zeggen. 

…maar ook niet zulke fijne ervaringen (die achteraf wel grappig zijn)

Ik heb dus talloze mooie avonden gehad, waarbij ik een beetje te diep in het glaasje heb gekeken. Dit leverde de nodige katers op. Eén van de ergste had ik op het moment dat ik een les had met simulatiepatiënten. We leerden op dat moment hoe we empathie het beste konden uiten. Dit was precies de les waarbij ons gesprek werd opgenomen, zodat we later terug konden kijken en onszelf en de anderen feedback konden geven. Bij het terugkijken van dit filmpje schaamde ik me dood. Ik was net zo wit als de muur erachter. Je hoort de simulatiepatiënt zeggen: “Ja, en mijn moeder en mijn zus zijn vorig jaar overleden aan kanker…” En je hoort mij vervolgens antwoorden. “Oh, oké. Heeft u verder nog last van de ontlasting?” Gelukkig heb ik “empathie” uiteindelijk wel gewoon geleerd, hoewel dat überhaupt geen probleem was (eerder teveel dan te weinig). 

Mijn coschap chirurgie kijk ik ook niet met veel vreugde naar terug en uiteraard had ik een slechte ervaring tijdens mijn coschap Interne Geneeskunde. Ik werkte tijdens de gehele studie te hard, waardoor ik het laatste jaar enorm teruggeblazen ben, moest stoppen met mijn vele bijbaantjes, antidepressiva moest gaan slikken en in therapie moest. Uiteindelijk ben ik hier wel een beter mens en een betere dokter van geworden. “What doesn’t kill you, makes you stronger” is wel heel cliché en ik moet er een beetje binnensmonds van overgeven, maar het is soms gewoon echt waar. 

En wat nu?

Nu heb ik net mijn oudste coschap Neurologie afgerond in het Ikazia Ziekenhuis Rotterdam. Het ging erg goed en ik begon me steeds meer arts te voelen. Het enige wat ik nog niet mocht doen, was medicijnen voorschrijven of ergens mijn handtekening zetten. Men was erg tevreden over mij (ik ook over hen) en ik mag per 15-03 beginnen als ANIOS Neurologie.

Iemand vergeleek het Erasmus MC eens met een stad en dan was het Ikazia het dorp. Dat vind ik een heel goede vergelijking. Het is wat persoonlijker. Het contact is erg laagdrempelig en ik moet nog steeds iemand tegenkomen die ik écht niet aardig vind (maar dat gebeurt hopelijk niet). Tijdens dit coschap wil ik er graag achter komen of ik daadwerkelijk voor de opleiding Neurologie wil gaan solliciteren (met eventueel een promotietraject hieraan vooraf) of dat ik liever ga voor de huisartsenopleiding. Ik heb gelukkig nog even de tijd om hier goed over na te denken. Nu twee weken vrij, waarin ik hopelijk lekker met mijn blog en mijn hobby’s bezig kan zijn!

De Eed van Hippocrates, die ik mag afleggen zodra Corona dat weer toelaat!

4 reacties op ‘Eindelijk dokter de Jong!

Laat een reactie achter op anoukmdejong Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s