Mijn eerste week als dokter de Jong

Vorige week schreef ik over mijn onzekerheden en zenuwen voor de allereerste week waarin ik werkte als arts. Inmiddels heb ik die week erop zitten en… het viel me alleszins mee. 

De allereerste dag!

Na twee weken vakantie, was om zes uur opstaan best wel heftig. Toch hielpen de zenuwen me om me uit bed te sleuren en om kwart over zeven stond ik al voor de deur van de servicedesk. Helaas: ze gingen pas om half 8 open, dus ik moest even wachten. Ik heb opnieuw een broek en een jas gepast en moest op de foto voor mijn pasje. Een pasje met ‘arts-assistent’ erop. Geweldig. Het duurde even, omdat ze nog op moesten starten en daarna moest ik in de rij voor mijn jas en vervolgens met de ICT aan de lijn om mijn account weer te activeren… Mijn grote angst. Inderdaad was er iets misgegaan en was ik in het systeem nog coassistent in plaats van arts. Ben ik eindelijk afgestudeerd… Lukt het nog steeds niet. 

Pasje arts-assistent
Mijn pasje! Eindelijk met foto en zonder nummer!

Administratie

Om 5 over 8 kon ik beginnen aan het voorbereiden van de visite van 10 patiënten. Hiervan konden er veel diezelfde dag of de dag erna naar huis. Dat klinkt chill, maar dat betekent wel dat je voor al die patiënten afspraken moet regelen, brieven moet schrijven en de medicijnen om moet zetten. Ik was dus met name met administratie bezig. Ondertussen was de ICT bezig met mijn HiX (het elektronische patiënten dossier) account om te zetten, zodat ik wel medicijnen voor kon schrijven. Dat lukte gelukkig vrij snel: diezelfde middag schreef ik mijn allereerste medicijn voor… Een antidepressivum. De ironie. 

Hoe stel je je dan nu voor?

Tijdens de visite stelde de neuroloog me telkens voor als dokter de Jong. Elke keer verscheen er automatisch een brede grijns op mijn gezicht. Ik denk na een week nog steeds dat ik er nooit aan kan wennen. Ik probeerde mezelf voor te stellen met voor- en achternaam en erbij te zeggen dat ik de zaalarts was. Er klonk elke keer een stem in mijn achterhoofd:  ‘dat die mensen je geloven, bizar’. Ik vind het nog steeds een heel gek iets, dat er opeens arts-assistent op mijn pasje staat. Dat ik opeens coassistenten wat moet gaan leren. Dat ik moet bepalen wat er moet gebeuren als er een patiënt niet lekker gaat.

Zelf ook nog niet helemaal overtuigd

De secretaresse van de afdeling verbindt regelmatig mensen naar ons door. Zo kreeg ik maandag een apothekersassistente aan de lijn. Zij dacht overduidelijk dat ze doorverbonden was naar een verpleegkundige en ze vroeg me of ik kon doorgeven aan de dokter of hij/zij een ontslagregel in de medicijnenlijst kon zetten. Ik had al een pen in mijn hand om het op te schrijven, zodat ik het door kon geven. Ik had al ‘ontslag’ opgeschreven, toen ik doorhad dat ik het aan mezelf door moest geven. Ik stamelde: “maar… ik ben de dokter?” Het vraagteken klonk duidelijk door in mijn stem en de apothekersassistente schoot in de lach. 

Gezelligheid

Het was echt héél gezellig op de afdeling. Elke dag probeerde ik koffie te drinken en te lunchen met de verpleegkundigen. Zo leerde ik mijn collega’s beter kennen en het zorgde er ook voor dat ik niet alleen maar gestrest aan het werk was. Ik ga proberen dit erin te houden, hopelijk lukt dat. Op woensdag bleven alle arts-assistenten van de dagdienst eten met de verpleegkundigen; we hadden eten besteld. Je moet er toch wat van maken in de corona tijd. 

Het ging dus goed

Het ging heel erg goed. Alle patiënten leven nog (behalve één, maar dat was verwacht). Ik voelde me prima in mijn kunnen en ik wist wat ik deed. Het werk is niet heel veel anders dan dat ik al deed tijdens mijn coschap, maar ik moet even net iets beter kijken of ik het goede doe. Met de medicijnen is het even zoeken hoe het elektronisch moet, maar dat gaat ook goed. Je moet elk moment goed blijven nadenken, maar er is altijd iemand aan wie ik het kan vragen als ik het niet week.

Doodop

Ik was van plan in de avonden meer tijd voor mezelf te nemen, maar zodra ik thuis kom, wil ik slapen. Op de online book club op woensdagavond na, ga ik na het eten meteen douchen en naar bed.  Blijkbaar zijn het toch wel intensieve dagen geweest. Dus echt veel ben ik niet met mijn hobby’s bezig geweest, helaas. Hopelijk gaat het toch wennen en heb ik straks weer tijd en energie om te lezen, te hardlopen en andere hobby’s bij te houden. 

Dromen

Dat ik buiten het werken nog veel bezig ben met het ziekenhuis, wordt duidelijk uit mijn dromen. Zo droomde ik dat ik aan het werk was, wel in het Ikazia, maar dat was opeens in de Doelen, met veel gangetjes en trappetjes. We moesten van de baas het ziekenhuis uit; er was namelijk een vrouw van een patiënt erg boos en zij had een pistool meegenomen. Samen met de stroke care verpleegkundige sloop ik door alle gangetjes, totdat we bij een zaaltje kwamen. Daar vooraan de zaal stond een ziekenhuisbed met een man erin en eromheen zaten een heleboel mensen. Het bleek de vader van één van de neurologen te zijn en zijn familie. Zijn vader had een beroerte gehad. Ik ging naar de neuroloog toe en sprak hem aan over het feit dat er zoveel mensen aanwezig waren. Hij antwoordde: “f*ck corona!” en sloeg de deur in mijn gezicht dicht. 

Daarnaast droomde ik dat er een patiënt met ‘dermatitis neurofibralis’ (dat bestaat volgens mij helemaal niet) op de Spoedeisende Hulp kwam, die had ik voorbereid, maar toen wilde het specialisme ‘SEH’ de patiënt overnemen. Toen schopte ik stennis. Er was ook een arts-assistent Neurochirurgie, maar die ruimde alleen de vuilniszakken op. Diezelfde dienst was één van mijn patiënten net buiten het ziekenhuis op de grond gezakt. Dat was op de Parkkade, dat stukje vlakbij mijn huis, waar al die groepen jongeren allemaal lachgas doen. Maar in mijn droom was het Ikazia daar ook (zou toch wel praktisch zijn). Ik was de opvang aan het doen, buiten, maar toen kwam er een oudere vrouw, heel oud en duidelijk in de war. Zij zij dat ze dokter was en dat ze het over wilde nemen, maar dat wilde ik helemaal niet. 

Ik droomde ook dat ik met de vrouwelijke neuroloog van de bovenkant van het ziekenhuis van een glijbaan met matjes naar beneden ging. Het zijn dus niet alleen maar enge en serieuze dromen. 

Wat denk jij dat deze dromen zouden kunnen betekenen? Heb jij ook weleens van zulke rare dromen? Laat het me weten in de comments, ik ben volgens mij één van de weinige mensen die het leuk vindt om naar andermans dromen te luisteren!

Volgende week sta ik niet meer op de afdeling, maar op de Spoedeisende Hulp. Dus als je door mij geholpen wil worden, moet je komende week op je hoofd vallen of een epileptische aanval krijgen…

Liefs,

Anouk

Een reactie op “Mijn eerste week als dokter de Jong

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s