Mijn eerste week op de Spoedeisende Hulp

De eerste week waarin ik als arts werkte, vloog voorbij. Ik was in de vertrouwde omgeving van de afdeling, wat allemaal heel goed ging tijdens mijn oudste coschap en ook tijdens mijn eerste week als arts heel vertrouwd aanvoelde. 

Spoed

De afgelopen week, mijn tweede week, had ik de spoedtelefoon. Dit betekende dat ik de patiënten op de SEH voor de neurologie moest zien en de consulten van andere afdelingen aan de neurologie (dit houdt in dat er op de afdelingen een patiënt ligt, waarbij er mogelijk een probleem van de hersenen en zenuwen speelt). Maandag was mijn eerste dag en het was gelijk megadruk. Ik ben bijna non-stop bezig geweest, had amper tijd om te lunchen en het was zo druk, dat de zaalarts ook moest komen helpen op de SEH. Maar ik vond het allemaal wel heel erg tof.  Een van de leukste dingen aan het werken op de Neurologie vind ik de trombolyse opvang. 

Mijn favoriete aspect van mijn werk tot nu toe

Wanneer iemand een beroerte heeft met nog maar kortdurende klachten, moet je snel handelen. Je kent misschien wel de slogan ‘Mond-Spraak-Arm: Beroerte-alarm’. Wanneer iemand een beroerte heeft, kan diegene bijvoorbeeld zijn halve lichaam niet meer bewegen, wartaal uitslaan of een scheve mond hebben. Dit wordt veroorzaakt door een propje, wat vastgelopen is in de bloedvaten van de hersenen. Het gebied hersenen daarachter krijgt geen bloed meer en dus ook geen zuurstof. Dan kan het niet meer functioneren en ontstaat er dus uitval. Als dit nog maar kortdurend is, kan je vaak het deel hersenen nog redden met een extra sterke bloedverdunner, de ‘propjesoplosser’ – de trombolyse. Hier moet je wel snel mee zijn. 112 bellen is dus het beste wat je kunt doen als iemand bovenstaande klachten heeft. 

Wij krijgen een aanmelding via de neuroloog, via de SEH of via de ambulance zelf. Dan moeten we alles waar we mee bezig zijn laten vallen (voor zover dat kan natuurlijk). Je schrijft alle gegevens op, meldt de patiënt aan bij de SEH en zet de opdrachten voor de scans erin. Vervolgens wacht je tot de ambulance aankomt. Dan loop je met de patiënt meteen mee naar de CT-scanner. Ondertussen hoor je het verhaal van het ambulancepersoneel aan en stel je vragen (gebruikt de patiënt bijvoorbeeld al bloedverdunners). Op de CT-kamer doe je snel screenend neurologisch onderzoek, om te kijken waar je de afwijking kan verwachten. Hier wordt ook nogmaals de bloeddruk gemeten en wordt er gecheckt of de patiënt wel twee infusen heeft. Vervolgens wordt er een CT-scan gemaakt, waarbij je de hersenen van de patiënt in beeld brengt. Je wil namelijk zeker weten dat er geen hersenbloeding is – een hersenbloeding kan dezelfde klachten als een herseninfarct geven, maar hierbij wil je de sterke bloedverdunner natuurlijk niet geven. Een hersenbloeding kan je snel zien op een CT-scan. Je belt zodra de patiënt klaar is om gescand te worden de neuroloog, om het verhaal te vertellen en om hem/haar mee te laten kijken naar de scans. Zodra er geen hersenbloeding is en er geen andere redenen zijn om de trombolyse niet te geven, mag het medicijn gegeven worden. Hierna kan je rustig nadenken en het verhaal aanhoren, verder onderzoek doen en de patiënt laten opnemen. 

Lang verhaal – maar wat ik er zo ontzettend tof aan vind, is dat je echt wat kan bereiken. Ik heb een aantal keer het effect van de trombolyse gezien en dat vind ik echt onbeschrijfelijk. Patiënten komen soms ernstig aangedaan binnen en een tijdje nadat de trombolyse gestart is, zie je diegene onder je handen verbeteren. Vaak moet het effect van medische behandelingen toch afgewacht worden, terwijl bij de trombolyse het effect snel zichtbaar is. Daarnaast ben ik vrij competitief en zijn er een aantal zaken aan de trombolyse lekker ‘meetbaar’. Je moet een aantal tijden opschrijven:

  • Time of onset/last seen well: de tijd waarop de klachten ontstonden of de tijd waarop de patiënt voor het laatst goed gezien is;
  • Door time: de tijd dat de patiënt op de SEH binnenkomt;
  • CT time: de tijd dat de patiënt gescand wordt;
  • Needle time: de tijd dat de patiënt het medicijn ontvangt.

De door-to-needle time, dus de tijd tussen de binnenkomst van de patiënt en de tijd waarop de patiënt het medicijn ontvangt, moet zo kort mogelijk zijn. Hier moet je wel een hele hoop in doen: je moet het verhaal duidelijk hebben en je neurologisch onderzoek gedaan hebben en er moet een CT-scan gemaakt worden. Dit moet allemaal nog overlegd worden met de neuroloog. Mijn record is nu 8 minuten (en toen heeft de patiënt ook veel baat gehad van de trombolyse, gelukkig) – ik wil het graag verbeteren, maar uiteindelijk is het natuurlijk het belangrijkst dat de patiënt er profijt van heeft.

Liever afdeling of spoed?

Op de afdeling ben je vooral coördinerend bezig. Veel bellen, veel regelen en veel administratie. Dit heeft ook zijn charme, ik vind het ook wel leuk om alles een beetje onder controle te hebben en ik vind het leuk om met verpleegkundigen te werken; zeker op de afdeling waar ik werk is het heel gezellig. Daarnaast kan je patiënten wat langer opvolgen en leer je ze wat meer kennen. Je hebt vaak ietsjes langer de tijd om na te denken. 

Op de Spoedeisende Hulp moet je snel zijn. Daarnaast ben je iets meer differentiaaldiagnostisch aan het denken dan op de afdeling: patiënten hebben ergens last van en jij moet bedenken wat er aan de hand is en hoe patiënten het beste geholpen zijn. Je vertrouwt dus iets meer op je medische kennis dan op je communicatie vaardigheden en je coördinatie skills – daarom was ik deze week iets onzekerder dan de week ervoor. 

Spannend

Ik merkte dat ik überhaupt al vrij gespannen was dat ik die telefoon had. Vaak maak ik me zorgen dat ik te weinig weet om goed te functioneren op de SEH. Dat slaat nergens op – ik weet echt wel veel en ik heb in mijn oudste coschap echt wel geleerd hoe ik in bepaalde situaties moet handelen. Daarnaast zijn de neurologen heel laagdrempelig – je kan ze altijd bellen om mee te kijken als je twijfelt. Ik voel me dus zeker ook wel veilig, maar zo’n eerste week is wel spannend en ik denk dat iedereen dan wel een beetje onzeker is. Ik ben vaak te streng voor mezelf. Zolang alles goed met de patiënt gaat, komt de rest goed. Het invoeren van bepaalde dingen in het elektronisch patiëntendossier, gaat soms nog weleens mis. Dan kan ik ontzettend van mezelf balen, maar ik moet niet vergeten dat ik net begonnen ben en niet alles in één keer goed hoef te doen. 

Komende week heb ik weer twee dagen de spoedtelefoon. Ik heb veel geleerd de afgelopen week en nu ik weer twee dagen vrij heb gehad, heb ik ook wel weer zin om aan de slag te gaan! 

2 reacties op ‘Mijn eerste week op de Spoedeisende Hulp

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s