Update over mijn doktersleven

Wanneer je begint aan een nieuwe baan, is er altijd een periode waarin je een heleboel ‘eerste keren’ mee maakt. De eerste keer op de afdeling, de eerste keer op de spoedeisende hulp, de eerste lumbaalpunctie, de eerste keer weekenddiensten en de eerste keer nachtdiensten. Inmiddels heb ik alle aspecten van het werken als arts nu voor een eerste keer meegemaakt. Ik heb wat dat betreft dus niet veel eerste keren meer om over te vertellen, maar ik wilde toch een update geven over hoe het nu gaat. 

De tijd van wennen is voorbij

Ik merk gelukkig wel dat een heleboel dingen anders gaan dan in de eerste maand. Veel dingen gaan een stuk soepeler. Zo heb ik het idee dat ik een stuk beter het overzicht kan behouden op de Spoedeisende Hulp. Ik laat me minder beïnvloeden door de stress van anderen (dat deed ik heel erg – vooral het “maar we hebben geen bedden” zorgde voor een heleboel spanning in mijn lijf en in mijn hoofd) en doe mijn eigen ding. Ik begin de momenten te herkennen waarop ik voor mezelf moet kiezen en even snel iets moet gaan eten of drinken. Hierdoor ben ik ook minder bezig met ‘Oh, als ik maar kan lunchen of koffie kan drinken, want anders kan ik niet meer nadenken’. Uiteindelijk leer je trucjes waardoor bepaalde dingen sneller gaan. Je leert hoe je prioriteiten moet stellen: welke patiënt je bijvoorbeeld meteen heen moet en welke wel even kan wachten. 

Patiënten die je bijblijven 

Natuurlijk maak je als arts een heleboel mee. Er zijn steeds meer patiënten die me bijblijven. Zo blijf ik in mijn hoofd bezig met een jonge patiënt (tussen de 30 en de 40), die een herseninfarct had gekregen. Hij had verder geen aanleiding voor dit infarct en we begrepen niet zo goed waar het nou aan lag, maar zijn infarct was groot en dit bleef zich ook uitbreiden, ook terwijl hij maximale antistolling gebruikte. Hij was verward en begreep niet goed wat er om hem heen gebeurde. Op dat moment kan je niet zoveel voor hem doen (hij gebruikte al de behandeling die je hem kon geven en er was op dat moment geen aanwijsbare oorzaak die we konden aanpakken) en dat maakt je machteloos. Daarnaast had ik een goede band met zijn echtgenote en dat zorgt altijd dat ik mensen extra goed onthoud. Je maakt een hoop ellende mee. Ik heb een patiënt van de cardiologie voor mijn ogen zien overlijden. Zij zat in het eindstadium van haar leven, maar toch, om dat zo voor je ogen te zien gebeuren, dat maakt toch dingen in je los. 

Gelukkig niet alleen maar ellende

Gelukkig is het niet alleen maar ellende. We kunnen een heleboel mensen op de SEH geruststellen, dat er niets (ernstigs) aan de hand is. Dat is vaak een opluchting. Deze week heb ik een ontzettend lief vrouwtje op de SEH gezien met de ziekte van Alzheimer. Ze had geen idee wat er aan de hand was of wat er gebeurde, maar ze vond het allemaal prima en gezellig. We zagen haar omdat ze die nacht nogal duizelig was geweest, met misselijkheid en braken. De periode voor deze nacht had ze regelmatig geklaagd over een naar gevoel in haar hoofd, wanneer ze haar hoofd bewoog. Dit doet heel erg denken aan BPPD, oftewel Benigne Paroxismale PositieDuizeligheid), een onschuldige diagnose, gelukkig. Het onderzoeken van dit vrouwtje was ontzettend fijn. Ze bleef lachen tijdens het consult, deed veel van onze opdrachten verkeerd, maar lachte er daarna vrolijk om. We onderzochten haar in een stoel, maar moesten toch onder haar voeten zijn voor de voetzoolreflex. Ik ging naast haar zitten en nam haar benen op mijn schoot, zodat de coassistent met een stokje onder haar voet kon strijken voor de voetzoolreflex. Zo vonden we het eigenlijk wel gezellig en zij was ons heel dankbaar, ook al had ze geen idee waarom.

Een stiekeme kus

Ze deed me denken aan een patiënt op de afdeling van mijn studententeam. Ik werkte tijdens mijn studie geneeskunde een groot deel op de afdeling Nefrologie in het Erasmus MC. Hier lag op een gegeven moment een patiënte, ook een oud dametje met dementie, die mij op een gegeven moment wenkte. Ik ging naar haar toe en ze wenkte me steeds. Ik dacht dat ze wat tegen me wilde zeggen/fluisteren, dus ik hield mijn oor bij haar gezicht. Toen pakte zij mijn gezicht vast en drukte een dikke kus op mijn wang. In de huidige tijd is dat misschien wat vervelender, maar toen was het heel erg lief en schattig. 

Gelukkig blijven er uitdagingen

Natuurlijk zijn er ook dingen die lastig blijven. Zo vind ik het erg moeilijk om de controle uit handen te geven. Het superviseren van coassistenten en het inwerken van nieuwe collega’s is dus nog een uitdaging, met name als er meerdere mensen tegelijkertijd met je meelopen. Het is heel gezellig, maar er komen dan heel veel prikkels op je af en je moet ook nog zorgen dat alles rondom de patiënt klopt. Maar gelukkig blijven er altijd dingen om te leren. Anders zou het toch maar saai worden. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s